ZEUNER, Frederick
Duits-Engels geoloog, paleontoloog en archeoloog,(oorspr. Friedrich) Everard (Eberhard), * Berlijn, 8.3.1905 - † Londen 5.11.1963
Duits-Engels geoloog, paleontoloog en archeoloog. Na studiën in Berlijn, Tübingen en Breslau, promotie aldaar in 1927, werd hij in 1931 lector aan de universiteitte Freiburg. Wegens zijn joods afkomst emigreerde Zeuner naar Londoen, waar hij in 1934 verbonden werd aan het British Museum, in 1936 een lectoraat vervulde en in 1946 hoogleraar werd in de prehistorie oecologie (environmental archaeologiy) en de geochronologie aan het instituut voor archeologie van de universiteir van Londen. Zijn meer dan 160 geschriften behandelen zeer uiteenlopende onderwerpen als oud Diluviale flora, Pleistocene Duitse grindafzettingen en Thamesterrassen fossiele insecten (evolutie der kevers, Tertiaire sphingiden en orthoptera). Algemeen bekend werd hij door baanbrekend werk over de stratigrafie, de klimaatwisselingen en de chronologische indeling van het Quartair in verband met kosmologische cycli (stralingskrommen van Milankovic) Hoewel zijn algemene datering der glacialen en interglacialen van 1945-1946, gebaseerd op de destijds geldende totaaltijdsduur van het Pleistoceen van slechts 600.000 jaar.
Naderhand kwantitatief moest worden herzien (A. Holmes, 1965), Is het Zeuners blijvende verdienste deze correlatiemethodiek (in navolging van W.Köppen en A. Wegener (1924) te hebben gecompleteerd. Hij introduceerde een algemene terminologie voor het Pleistoceen naast de lokale stratografische benamingen der Alpiene, Scandinavische en Britse gebieden. Voorts bevorderde hij de dendrochronologie, wees op de roepassing der jaarringanalyse op de Egyptische bouwwerken en bestudeerde hij de tijdsduren van het terugrekkende ijs in Noord Amerika. Uit de ligging der Engelsen Mediterrane kustterrassen ontdekte Zeuner het verbazingwekkend verschijnsel dat gedurende het Pleistoceen de interglaciale zeeniveaus belangrijk en systeemarisch zijn gedaald. Zeuner rapporteerde over zijn talrijke studiereizen door heel Europa, Noord Amerika en West Azië, en hij vormde een school van toegewijde jonge archeologen.
Werken: Saltatoria ensifera fossillia in: Fossilium Catalogus, Animali i, PARS 90 (1940) The Pleistocene period., its climate. Chronology and faunal successions (1945, 1959); Dating the past, an introduction to geochtonology (1946, (4) 1958, herdr. 1962) A history of domesticated animals (1963)