ZÉROUAL, Liamina
President van Algerije, Algiers, 31 januari 1994
Twee weken geleden waarschuwde de Algerijnse minister van defensie, generaal bd Liamme Zéroual, dat het leger niet ,,met de armen over elkaar zou blijven toekijken" terwijl ,,ernstige misstanden het lot van het volk en de toekomst van de natie bedreigen". Vandaag is hij beëdigd als staatshoofd met ver gaande bevoegdheden, wat betekent dat het leger en hij de redding van Algerije nu zelf ter hand kunnen nemen. Niet dat het leger tot dusverre buiten het politieke leven stond, zoals Zéroual in zijn toespraak op 16 januari eveneens suggereerde. Zijn voorgangers Boumedienne en Chadli Benjedid traden aan als legervertegenwoordigers.
De ziekelijke generaal bd Khaled Nezzar was in feite de sterke man binnen de Hoge Staatsraad die twee jaar geleden Chadli opvolgde, toen deze door leger en regering terzijde was geschoven na het verijdelen van een verkiezingsoverwinning voor het fundamentalistische Front van Islamitische redding (FlS).
Ook was het leger nadrukkelijk aanwezig in de Commissie voor de Nationale Dialoog, die zich de afgelopen maanden heeft ingespannen de niet4un-damentalistische oppositie achter het gezag te verenigen, tégen het temidden van escalerend politiek geweld gestaag aan kracht en invloed winnende FlS. Die campagne is echter jammerlijk mislukt, zoals vorige week bleek toen de Conferentie van Nationale Consensus, die het hoogtepunt had moeten worden van die Dialoog, door zowat de hele oppositie werd geboycot - omdat onvoldoende concessies aan het FlS waren gedaan. Als immers het FlS aan de macht zou komen, en de vraag lijkt op dit moment niet zozeer of dat zal gebeuren maar wanneer, moeten de politici toch ook weer met de fundamentalisten zien op te schieten.
De Commissie - en dus ook het leger - voelde zich uiteindelijk gedwongen zelf contacten aan te gaan met de vertegenwoordigers van de fundamentalistische oppositie, zoal niet leiders van het FlS, dan toch geestverwanten. ,,Tastbaar" en ,,bemoedigend" noemde een woordvoerder van de Conferentie vorige week die contacten. Maar het FIS zelf liet weten dat een en ander tot niets had geleid, met de mededeling dat het bewind vroeger of later aan interne verdeeldheid te gronde zal gaan.
Die interne verdeeldheid zit besloten in de taak die generaal Zéroual is toevertrouwd: hij moet tegelijkertijd de strijd voortzetten tegen de moslimextremistische groepen die met hun nietsontziende aanslagen het Algerijnse leven dodelijk ondermijnen èn de dialoog met het FlS zien voort te zetten om te redden wat er nog te redden valt. Afgezien daarvan moet hij de nationale economie aanpakken; in feite een onmogelijke taak zolang het geweld voortduurt. De hoogst belangrijke buitenlandse hulp wordt in elk geval zwaar belaagd door de voortdurende moordaanslagen op buitenlanders.
Het leger is daarbij lang niet zo'n betrouwbare steunpilaar als uit de woorden van Zéroual zou kunnen worden opgemaakt. Het moreel van de militairen wordt langzaam maar zeker ondermijnd door bloedige aanslagen door moslimextremisten, waarbij soms tientallen doden tegelijk vallen. De aanslagen voeden een voortdurende stroom deserties naar de fundamentalistische tegenpartij, en de belangrijkste vraag is nu waar de loyaliteit van het leger zal liggen als het erop aan komt.
Zéroual (53) zelf, een man van de harde lijn tegen moslimextremisten, is een carrièremilitair. Hij vocht in de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk, waarna hij studeerde aan militaire academies in Frankrijk, Egypte en de Sovjet-Unie. Hij volgde generaal Nezzar in 19 88 op als commandant van de landstrijdkrachten toen deze werd benoemd tot chef van de generale staf. In 1990 stapte hij echter op na een ruzie met president Chadli Benjedid. Hij werd vervolgens in ballingschap gestuurd als ambassadeur in Roemenie, waar hij het na enkele maanden voor gezien hield. Weer twee jaar later nam hij deel aan de coup tegen Chadli.
ZÉROUAL, Liamine - president van Algerije 17.11.95
Liamine Zéroual, tot niemands verbazing de grote overwinnaar bij de eerste presidentsverkiezingen in de geschiedenis van Algerije, werd 54 jaar geleden geboren. Gelukkig voor hem: in Batna in Oost-Algerije. Want uit dat gebied komen sinds de onafhankelijkheid vrijwel alle militaire machthebbers. Op 16 jarige leeftijd sloot hij zich aan bij het Nationale Bevrijdingsleger, later omgedoopt tot het Nationale Volksleger. Het zijn de kolonels van dat leger, in de jaren '80 tot generaals gepromoveerd, die sinds 1963 onafgebroken de gang van zaken in het land bepaalden. Tot op de dag van vandaag.
Na de onafhankelijkheidsoorlog kreeg zéroual een militaire opleiding in Rusland en Frankrijk. In 1988 werd hij tot adjunct benoemd door de chef-staf van de strijdkrachten, zijn stadgenoot generaal Khaled Nezzar, toen en nu een van de Mannen van De Macht. Met die schimmige benaming definieert de Algerijnse bevolking de altijd achter de gordijnen opererende uiteindelijke beslissers van 's-lands heden en toekomst.
Maar na de broodopstand van oktober 1988, die - ten koste van 500 levens - het democratische experiment in Algerije op gang bracht, kreeg Zéroual ruzie met president Chadli Benjedid. Chadli maakte gebruik van die smartelijke gebeurtenis, die in Algerije met het discrete begrip les evënements wordt aangeduid, om zich te ontdoen van een groep antiliberale FLN functionarissen en de met ben gelieerde officieren. Zoals gewoonlijk gingen ideologie en machtsstrijd tussen de verschillende politieke clans hierbij hand in hand. Want de toen nog apolitieke Liamine Zéroual was verbonden met een aantal officieren die Chadli wilde verwijderen. Hij vertelde de president dat hij niet langer met hem wilde samenwerken.
Na zijn ontslag was binnen het leger zijn naam gevestigd als die van een moedig man. Nóg belangrijker was dat hij schone handen hield. Want toen in januari 1992 de top van het leger een fluwelen staatsgreep pleegde en president Chadli tot ontslag dwong om diens door hem gewettigde radicaal-islamitische politieke Partij FlS van een zekere verkiezingsoverwinning af te houden, behoorde Zéroual niet tot de kleine kring van hen die dit besluit hadden genomen. Het maakte hem een ideale figuur om in een later stadium namens de strijdkrachten onderhandelingen te beginnen met het FlS, dat de oorlog maar niet opgaf.
In juli 1993 werd hij door zijn oude baas, generaal Nezzar, teruggeroepen om als minister van defensie te dienen. Een half jaar later - in januari 1994 -noemde De Macht hem tot overgangspresident voor een periode van maximaal drie jaar. Hij probeerde onmiddellijk tot een dialoog te komen met de gevangen leiders van het FlS, en stelde zelfs een paar van hen op vrije voeten. Maar de dialoog mislukte omdat Abassi Madani, de hoogste leider van het FIS, die wel degelijk tot concessies bereid was teneinde uit de gevangenis te komen, zich in feite in dezelfde positie bevond als president Liamine Zéroual. Beiden werden keer op keer teruggefloten door hun radicalere metgezellen.
In oktober 1994 was het duidelijk dat de dialoog op niets was uitgelopen. Onder druk van de éradicateurs, de mensen in en buiten het leger die voor eens en altijd met de radicaal Islamitische groepen willen afrekenen, kondigde Zéroual dan ook een maand later aan dat de strijd tegen de terroristen zou worden opgevoerd. Dat was intussen al gebeurd onder leiding van generaal Mohammed Lamari, de huidige chef-staf en de belangrijkste ‘eradicateur in de legertop. De strijders van de radicale moslimgroepen kregen zware klappen, maar werden niet voorgoed verslagen. Dus probeerde Zéroual in mei en juni van dit jaar opnieuw tot een dialoog te komen met de FlS leiders. Die pogingen liepen wederom op niets uit, waarna de presidentsverkiezingen werden aangekondigd.