ZANDSTRA, Lianne
Theater had ze nooit gezien en van de kleinkunst academie had Lianne Zandstra (23) al helemaal nooit gehoord, toen Lianne zowel voor de hbo opleiding jeugdwelzijnswerk als voor de kleinkunstacademie in aanmerking kwam, koos ze bewust voor het theater. Acteren, zingen, dansen, mensen ontroeren en laten lachen: dat had ze al vanaf de lagere school gedaan. “in de belangstelling staan: dat heb ik altijd heerlijk gevonden. Als mensen naar me kijken en van me genieten, geef me dat een heel plezierig gevoel.” Maar al snel leerde ze dat de stapvan gezellige, beschermde milieu in een klein Fries dorp naar de keiharde beroepspraktijk in Amsterdam heel groot is. “Ik was jong, moest wennen aan het leven in de grote stad en woonde op kamers met een vriendin die privé problemen kreeg. Ik heb me zo voor haar ingezet, dat ik mezelf helemaal vergat.”
Lianne was niet meer in staat om zich staande te houden binnen de strakke discipline van de opleiding, en kreeg aan het eind van het eerste studiejaar te horen dat ze moest vertrekken. De klap kwam hard aan. Maar de Friezin wilde perse doorzetten. Ze werkte een seizoen achter de schermen van de musical ‘Mata Hari’ en nam privé lessen. Een herkansing aan de academie lukte; ze werd de eerste leerling die het na een jaar van bezinning opnieuw mocht proberen. Maar duidelijke plannenvoor een carrière heeft ze nog niet; “Ik vind het in dit vak belangrijk dat je je zoveelzijdig mogelijk probeert te ontwikkelen; dat je aan jezelf blijft werken. Er zijn bijvoorbeeld leerlingen die veel succes hebben in een voorstelling en daar dan in de rest van de opleiding op voortborduren. Zo zit ik niet in elkaar. Ik vind dat je nooit tevreden moet zijn over jezelf, steeds nieuwe uitdagingen moet zoeken, blijven proberen je grenzen te verleggen. In dat opzicht bewonder ik een man als Paul de Leeuw. Hij probeert vanuit zijn eigen persoonlijkheid steeds nieuwe dingen uit. Hij verrast daar heel vaak mee, omdat hij niet bang is om op zijn bek te vallen. Dat is zijn grootste kracht. Daarom wil ik me nu ook niet vastleggen in een bepaalde richting. Ik heb nog zoveel te leren. Ik wil eerst zoeken waar mijn kwaliteiten liggenen vervolgens zien hoe ik die vanuit mezelf het beste kan benutten. Eén ding weet ik zeker: als het maar met zingen, dansen en acteren te maken heeft.”