Personal tools
You are here: Home Z Za ZANDEN, Ed. van
Document Actions

ZANDEN, Ed. van

by admin last modified 2004-11-26 06:30 PM

Kunstenaar, * 1903

Artikel door J.C. van Ebbingen Wubbe Het zou, meen ik, bepaald boeiend zijn de verschillende stadsgezichten, geschilderde en getekende, waaraan in de afgelopen vijf jaar in deze cursus een bespreking is gewijd, eens naar hun tijd van ontstaan te rangschikken en onderling te vergelijken. En om dan, aan het eind van deze reeks, het stadsgezicht te plaatsen dat de Rotterdamse kunstenaar Ed. van Zanden in 1959 te Londen tekende. Bij een dergelijke vergelijking heeft deze tekening van een Londense havenwijk, of laten we het maar ronduit zeggen, van een Londense achterbuurt op de zuidelijke oever van de Thames, het niet gemakkelijk. De bekoring van oud stedenbouwkundig schoon, de aantrekkingskracht van fijn geschakeerde of juist krachtige, direct aansprekende kleuren, van licht dat feestelijk tintelt of een dromerige stemming oproept - dit alles ontbreekt hier volkomen. Men kan zich moeilijk een nog minder aantrekkelijk gegeven op nog soberder zo u wilt soberder - manier uitgebeeld voorstellen dan deze straat langs een viaduct: een van die straten waarmee onze moderne wereldsteden de treinreiziger welkom heten, maar die men nooit in de folders en andere lokmiddelen van hun Vreemdelingen Verkeer Verenigingen opgenomen ziet. We vragen ons af, wat de tekenaar bezield mag hebben dit stukje “geschonden wereld" tot onderwerp te kiezen, wat hij gezien mag hebben in deze desolate achterbuurt, waarin geen menselijk leven valt te bespeuren. Maar al lijkt het even hier uitgestorven, deze straat is wel degelijk door mensen voor menselijk verkeer aangelegd, zoals de huizen door mensen voor menselijk gebruik gebouwd. En zo bekeken krijgt dit stadsgezicht voor ons opeens een heel andere betekenis. Het wint aan diepte, aan achtergrond, maar ook aan beklemming. Het laat ons zien hoe de mens zich zijn eigen kerker bouwt, hoe hij, die zich meester waant over de materie in werkelijkheid in deze materie zijn gevangenis vindt, zoals hij ook de slaaf dreigt te worden van de machines die hij heeft uitgevonden. De mens in de omgeving die hij zichzelf gebouwd heeft, de stad, die een eigen, als het ware van de mens onafhankelijk bestaan gaat leiden: dit is het, wat Van Zanden fascineert en wat vooral in de laatste jaren steeds sterker en overtuigender in zijn werk tot uitdrukking komt. Nu begrijpen we ook, hoe Van Zanden juist door een gegeven als dit werd gegrepen, dat voor hem een heel andere waarde had dan alleen een stuk topografie, een stuk plaatsbeschrijving. Hij heeft het verschrikkelijke, het menselijke tekort van deze triestheid en verlatenheid gevoeld, maar tegelijkertijd heeft zijn kunstenaarsoog er de verborgen schoonheid van ontdekt. Als een nauwe sleuf ligt de straat tussen de hoge huizenwand links en de donkere massa van het viaduct rechts. Ons oog wordt onweerstaanbaar de diepte ingezogen: we krijgen een zelfde gevoel, alsof we in een draaikolk naar beneden worden getrokken. Dit effect wordt vooral teweeggebracht door de vaart, die de gebogen lijn van het viaduct suggereert, een vaart die door de evenwijdig lopende halen met de pen, waarmee het viaduct is gearceerd, nog wordt onderstreept. Aan het eind schijnen viaduct en vooruirspringende linkerstraatwand elkaar bijna te raken; wat hierachter ligt, is aan het oog onttrokken. Waar deze straat naar toe leidt, wordt ons niet onthuld: een omstandigheid, weinig geschikt om een gevoel van behagelijkheid of vertrouwen op te roepen. Zeker draagt hier ook de linkerhelft van de tekening niet toe bij. Het licht dat aan die kant langs de verticale en horizontale lijsten en muurvlakken schampt, accentueert het steil oprijzende, afwerende, tot géén binnengaan uitnodigende karakter van deze iets vooroverhellende huizen. De straatwand wordt op de voorgrond voortgezet door een veel lagere muur, door blinde bogen geleed.

Hoog daarboven uit rijst een kaal, verwaarloosd muurvlak, waarlangs ijzeren brandtrappen zigzag naar beneden gaan. Deze muur, met het ritmische lijnen- en lichtdonker spel van de trapvluchten, -bordessen en -spijlen, met de donkere onheilspellende vlakken van de deuren, die als deuren van gevangeniscellen boven elkaar liggen, is wel het opvallendste, dominerende element van deze compositie. Een element, dat Van Zanden niet alleen de gelegenheid bood de “kerkerachtige" sfeer te versterken, maar dat hem ook als tekenaar bijzonder geboeid moet hebben. De hele tekening is uitgevoerd in Oost-Indische inkt: met de penseel voor de partijen in de verschillende, fijne tonen, niet de pen voor de krachtige accenten en lijnen, die deze partijen versterken en verlevendigen.

Treffend heeft Van Zanden in deze uiterst sobere techniek het schimmelige, schurftige van dit muurvlak weten weer te geven, waartegen zich de dieper zwarte lijnen en vlakjes van de trap aftekenen. Tekenmateriaal en de manier waarop dit hier is gehanteerd waren wel bijzonder geschikt, de typisch Londense atmosfeer, de aanslag die zich door roet en mist op de huizen in een dergelijke wijk heeft vastgezet, tot hun recht te doen komen. In dit proces van vervuiling zoveel rijkdom, zoveel zuivere schoonheid in de zwart-wit nuanceringen te ontdekken, vraagt om een kunstenaar met een bijzonder, aangeboren gevoel voor dit aspect van de grote stad, om een kunstenaar bovendien die in de mogelijkheden van de tekenkunst, van de grafische middelen zijn volledige bevrediging vindt. Aan deze beide voorwaarden voldoet de tekenaar, etser en lithograaf Ed. van Zanden -en dit verklaart de openbaring die Londen voor hem is geweest. Van Zanden, in 1903 te Rotterdam geboren, is, na aan de Rotterdamse Academie zijn tekenakte te hebben gehaald en na tussen 1932 en 1936 de etscursus van Anton Derkzen van Angeren te hebben gevolgd, zijn loopbaan begonnen vooral als tekenaar van portretten, daarnaast van interieurs en van figuurstudies. Als portrettekenaar beperkt hij zich tegenwoordig tot vaak zeer gevoelige, zuivere kinderportretjes; het interieur heeft vrijwel zijn belangstelling verloren. Van Zanden zou echter geen Rotterdammer zijn, als de haven, de stad aan de grote rivier, hem niet had geboeid en geïmponeerd. Havengezichten, ook gezichten in de stad, begeleiden dan ook voortdurend zijn andere tekenwerk. In 1952 gaat hij voor het eerst naar Londen. Ik geloof niet te overdrijven met te zeggen, dat dit bezoek voor zijn kunst beslissend is geweest. Het is, alsof hij onbewust op dit moment heeft gewacht. Wat Rotterdam, maar wat ook Parijs niet in hem had weten te ontsteken. Van Zandesi zelf zegt: Parijs is kleur en ik ben geen schilder, dat komt door dit eerste contact met Londen spontaan tot stand. Deze Londense tekeningen krijgen er als het ware een dimensie bij: men is geneigd te zeggen de menselijke dimensie. Merkwaardig verschijnsel: doordat de kunstenaar voor het eerst zo sterk de eigen sfeer, het leven van de stad als een zelfstandig organisme aanvoelt, komt ook de relatie, de spanning tussen stad en bewoner op nieuwe wijze tot uitdrukking. Tegelijkertijd wint de tekenstijl, het handschrift aan kracht: dit wordt strenger, soberder, maar daardoor expressiever, overtuigender. De menselijke bedrijvigheid die veel van de vroegere tekeningen verlevendigde, mag dan ontbreken, de menselijke nood (en volstrekt niet alleen de materiële nood), spreekt des te duidelijker. Van deze ontmoeting - we zouden beter kunnen zeggen: van deze vervreemding - getuigen ook de tekeningen in de Londense ondergrond ontstaan: beelden van holle, kille ruimten in een onnatuurlijk kunstlicht gehuld, waarin een enkele eenzame figuur de verlatenheid slechts accentueert. Regelmatig is Van Zanden na 1952 naar Londen teruggekeerd. In 1959, het jaar waaruit deze tekening dateert van het viaduct dat in de buurt van de “Old Vie" naar Charing Cross Station loopt, woont hij er zelfs twee maanden. Terwijl hij aanvankelijk veel in de arme buurten tekent in het East End, tracht hij bij zijn laatste bezoeken de stad in haar totaliteit in zijn greep te krijgen. Dan verrijst soms het silhouet van Londen voor onze blik als een Noordelijk Venetië, door een vochtig zonlicht omfloerst; meest echter overheerst de indruk van een bovenmenselijke, dreigende grootheid. Onthullen deze tekeningen aan de ene kant het gevoel van verlatenheid, van eenzaamheid dat het individu in de moderne grote stad bekruipt, aan de andere kant laten zij zien hoe de kunstenaar schoonheid en positieve waarden weet te ontdekken in wat zich op het eerste gezicht voordoet als meedogenloze lelijkheid.

Havenwijk, Londen Tekening 41,6 hoog x 3,47 cm breed Museum Boymans van Beuningen Rotterdam


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004