VEGA y CARPIO, Félix
Spaans toneelschrijver en dichter (1562-1635)
|
Genaamd Lope de Vega *Madrid 25.9.1562 – Madrid 27.8.1635
Hoewel zijn vader slechts een gewoon handwerksman was, liet hij zijn zoon studeren, eerst aan het jezuïetencollege te Madrid en vervolgens aan de universiteit van Alcalá de Henares. Om streeks 1580 trad hij in dienst van Jerónimo Manrique, de aartsbisschop van Ale calá, en werd daarna secretaris van de markies van Las Navas. Als men hem mag geloven, zou hij in 1583 hebben deel genomen aan een expeditie naar de Azoren. Hij werd verliefd op de actrice Elena Osorio. Deze liefde, die beschreven is in La Dorotea (1632), was van korte duur. Om zich te wreken over het feit dat Elena hem had verlaten, schreef hij satiren tegen haar en haar familie. Hoewel hij al een beroemd toneelschrijver was, leidden die satiren tot een arrestatie in december 1587 en een veroordeling tot 8 jaar ver banning in februari 1588. Dit verhinderde hem niet in het geheim naar Madrid terug te keren om Isabel de Urbina te schaken, met wie hij op 10.5.1588 bij volmacht huwde. Hij verliet haar bijna onmiddellijk daarna, want op 29 mei ging hij aan boord van het admiraalsschip van de armada, de San Juan. In 1590 mocht hij naar Castilië, maar niet naar Madrid terugkeren; hij vestigde zich eerst in Toledo en vervolgens in Alba de Tormes, waar de hertog van Alva hem in dienst nam. Daar schreef hij behalve talrijke blijspelen zijn herdersroman La Arcadia (1598). Hij bleef er wonen tot 1595 en zag er Isabel en zijn twee dochtertjes sterven. Door de tussenkomst van Jerónimo Velázquez, de vader van Elena Osorio, werd In 1598 huwde hij Juana de Guardo, maar verliet haar in 1600 en ging samenwonen met de gehuwde actrice Micaela de Luján, die hem zeven kinderen schonk. Deze buitenechtelijke verhouding hield waarschijnlijk omstreeks 1608 op. In 1613 stierf Juana en Lope de Vega werd in 1614 in Toledo priester gewijd. Deze late roeping betekende niet het einde van zijn weinig conformistische levenswijze; hij leefde achtereenvolgens nog samen met de toneelspeelsters Jerónima de Burgos en Lucia Salcedos. De laatste grote hartstocht in zijn leven was ten slotte zijn liefde voor de gehuwde Marta de Nevares, van wie hij bleef houden tot haar dood in 1632, hoewel zij eerst blind en daarna (1626) krankzinnig was geworden. Toen in 1634 de dochter van hem en Marta werd geschaakt, betekende dit een slag voor zijn gezondheid die hij niet meer te boven kwam; hij stierf In de laatste jaren van zijn leven had zich bovendien het publiek van hem afgekeerd. Een groot deel van Lope de Vega's artistiek leven hield verband met de vrouwen die hij beminde en die bijna allen in zijn stukken voorkomen: Elena onder de naam Filis, Isabel onder die van Belisa, Micaela onder die van Camila Lucinda en Marta onder die van Amarilis en Marcia Leonarda. Hij was een geniaal schrijver, die alle mogelijke genres beoefende, Het werk van Lope de Vega is moeilijk in categorieën in te delen, vooral omdat een groot deel van zijn gedichten en blijspelen ongesigneerd of onder pseudoniem is uitgegeven, terwijl hem anderzijds een vrij groot aantal werken wordt toegeschreven die hoogstwaarschijnlijk Lope de Vega beweert zelf de auteur te zijn van 1800 blijspelen, 400 au tos sacramentales en tal van tussenspelen en voorspelen. Van dit gigantische repertoire zijn heden nog bijna 500 stukken overgebleven, waaronder veel meesterwerken. Dit omvangrijke literaire oeuvre verhinderde Vega niet zich als theoreticus te Bij de keuze van het onderwerp moet men eveneens de voorkeur van het publiek in acht nemen; voor het Spaanse publiek uit die tijd waren eer en liefde de twee grote thema's, die Vega dan ook met een volmaakt vakmanschap behandelde. Zijn zedenkomedies vormen zijn beste werk: El alcalde de Zalamea (1600). waarvan het onderwerp opnieuw door Calderón werd gebruikt El acero de Madrid (1603), La noche toledana (1612). Peribánez y el comendador de Ocaûa (1614), La dama boba (1617), Los melindres de Belisa (gepubliceerd in 1617; later opnieuw uitgegeven onder de titel La dama melindrosa), El anzuelo de Fenisa (1617), La estrella de Sevilla (ca. 1617), El perro del hortelano (1618), Fuente Ovejuna (1618), Las fiores de Don Juan (1619), Amar sin saber a quién (1630), El castigo sin venganza (geschreven in 1631; uitgegeven in 1634), El mejor alcalde, el rey (1635) El caballero de Olmedo (geschreven vóór 1606; uitgegeven in 1641). Behalve deze talrijke blijspelen schreef Lope de Vega zeer gevarieerd werk: romans in proza, zoals La Arcadia (1598), drama's geïnspireerd door de middeleeuwen, zoals El guante de Doha Blanca, of door de bijbel, zoals La hermosa Ester(1610). Een aparte plaats verdienen enkele boeken die mystiek van inspiratie zijn: Romancero espiritual para recrearse el alma con Dios (1619) en Los soliloquios (eerste versie 1612; tweede versie 1629), verschillende gedichten bijeengebracht onder de titel Rimas en het burleske gedicht La gatomaquia (1634). Ten slotte zijn er nog een veertigtal autos sacramentales overgebleven, waarvan er twaalf in 1644 verschenen. Tot dit twaalftal behoort La siega, een van de beste autos die hij schreef. # |