TARATINI, Giuseppe
Italiaans componist en violist (1692-1770)
|
* Pirano 8.4.1692 - † Padua 26.2.1770 Tartini, die waarschijnlijk in 1714 de zgn. verschiltoon ontdekte, was sinds 1721 eerste violist aan de Sant' Antonio te Padua, waar hij in 1728 een muziekacademie stichtte, die zeer beroemd werd. Een belangrijk pedagogisch werk is zijn L'arte del arco z.j.), 50 variaties op een gavotte van A.Corelli. Composities: ca. 125 vioolconcerten, symfonieën, 50 triosonates en ca. 160 vioolsonates (waaronder die met de zgn. duivelstriller ca. 1735). Werken: Trattato delle appogiature (ca. 1750), Trattato di musica (1754), Dissertazione dei principi dell’armonia musicale (1767). LITT.:A. Rubeli, Das musiktheoretische system G.Tartinis (diss.1958); P. Brainard, Die Violinsonaten G. Tartinis (diss. 1960); M. Dounias, Die Violin- konzerte G. Tartinis (herdr. 1966).
Recital Sonate in g (II trillo del divavolo), Sonate in a, Variaties
uit L'arte del arco, Pastorale Op een nacht in 1713, zo tekende J.J. de Lalande later uit zijn mond op, droomde Tartini dat de duivel voor hem verscheen om zijn wensen uit te voeren. De Italiaanse virtuoos en componist gaf zijn viool aan de duivel, die er een vreemd maar overweldigend werk op speelde. Toen Tartini wakker werd, probeerde hij de intrigerende klanken die hij gehoord had vast te leggen in de sonate die vanwege het derde deel de bijnaam Il trillo del diavolo (de Duivelstriller) heet. Het verhaal doet een beetje denken aan de legenden die rond Paganini zouden ontstaan en lijkt haast een voorschot te nemen op de Romantiek. Bijzonder is ook Tartini's gewoonte om zijn werken te voorzien van een citaat uit werk van dichters als Petrarca, Tasso of Metastasio, hetgeen hij deed in een cijfercode die pas in 1930 gekraakt werd. AI deze niet-muzikale informatie beïnvloedt je oordeel natuurlijk, maar ook zonder die verhalen zouden Tartini's bekendste sonate en sommige andere werken je als ongewoon opvallen. Andrew Manze geeft deze sonates bovendien nog een andere dimensie door ze zonder begeleiding te spelen. Hij verantwoordt dit door te verwijzen naar een van Tartini's brieven waaruit blijkt dat de componist ze zelf liever speelde zonder de ondersteuning, die hij er alleen vanwege de eisen van die tijd bijgeschreven had. Met zijn fabelachtig spel weet Manze de aandacht zo goed gevangen te houden dat je geen moment taalt naar een klavecimbel of cello. Door de wijze waarop hij pauzes gebruikt, zoals in het begin van het tweede deel van de Duivelstriller, weet Manze de intensiteit van zijn uiterst expressieve soli nog te vergroten. Een aanwinst! # |