SALOMO
Koning van Juda en Israël van 970-932
Salomo de weize door Gustave Doré
Hij was een zoon van koning David en Batseba, drager van het bloeitijdperk van Israëls beschaving. Hij knoopte culturele en handelsbetrekkingen aan met de omringende landen en organiseerde het binnenlandse bestuur. De aanleg van de tempel te Jeruzalem was een onderdeel van een groot bouwproject, dat o.a. nog drie paleizen omvatte. De pracht en praal van zijn hofhouding waren spreekwoordelijk. Ondanks de uiterlijke glans van zijn bewind begon echter reeds het verval van Davids rijk: Salomo moest aan Hiram van Tyrus bijna geheel Galilea afstaan en door zijn weeldezucht had het volk een zware belastingdruk te dragen, wat de basis legde voor de latere opstandigheid en de scheuring van het rijk. Volgens 1 Kon. 2 had hij 700 vrouwen, onder wie veel buitenlandse, waardoor de godsdienstige vermenging bevorderd werd. Om zijn figuur kwam het tot legendevorming en beroemd werden de verhalen over zijn uitzonderlijke wijsheid; oud-testamen-tische boeken als Spreuken, Hooglied en Prediker worden aan hem toege-schreven. Zie: Psalmen van Salomo.
Het oordeel door Gustave Doré