SAINT-SAËNS, (Charles) Camille
Frans componist, pianist, dirigent en organist, * Frankrijk 1835 - † 1921
Hij was een leerling van Stamat y, Benoist en Halévy, trad reeds in 1846 in Parijs als coilcert-pianist op en voltooide in 1853 zijn eerste symfonie. In de daarop volgende jaren was hij vnl. werkzaam als kerkorganist en pianoleraar. Hij was mede-oprichter van de Société nationale de Musique (1871) ter bevordering van eigentijdse Franse muziek. Na 1877 wijdde hij zich vnl. aan het componeren en het maken van concertreizen, o.a. alsdirigent van eigen werk. Saint-Saëns keerde zich tegen de heersende voorkeur voor de muziek van Wagner en de impressionisten en verdedigde, ook in geschriften, de Franse School. Door zijn vasthouden aan de klassieke traditie en door zijn evenwichtige en doorzichtige stijl, waarin groot technisch kunnen zich verbindt met koele elegantie en architectonische strengheid, laat hij zich karakteriseren als een classicist; door zijn duidelijk te herkennen inspiratiebronnen, (Liszt, Schumann, Mendelssohn, Berlioz, Meyerbeer, Gluck, Handel) tevens als een eclecticus.
In zijn beste werken, o.m. de machtige derde symfonie uit 1866 voor groot orkest, orgel en twee piano's, enige (piano) concerten en symfonische gedichten als Le rouet d'omphale (1869) en La dance macabre (1875), toonde hij echter een eigen, oorspronkelijke stijl. Van de elf opera's die hij schreef, bleef Samson et Dalila (premiere in Weimar, 1877; premiere in Parijs 1890) repertoire houden. Beroemd werd ook de fantaisie zoologique Le carnaval des animaux (1886). Saint-Saëns' zeer omvangrijk oeuvre omvat voorts orkest- en kamermuziek, missen (o.m. Messe solennelle, 1856; Messe de requiem: 1878), cantates (Les noces de prométhée, 186! ; La gloire de Corneille, 1906), ballet- en toneelmuziek, piano- en orgelmuziek, koorwerken, motetten en liederen.
Wrk. (geschriften) : Harmonie et mélodie (1885 ; verz: opstellen) ; Portraits et suvenirs (1900) ; Les idées de M. Vincent d'Indv ( 919).