KALAND, A.J.
Nederlands politicus (1922-1995)
+ 1922, Westkapelle - † 1995
12 januari 1995:
De vraag is of A.J. Kaland anno 1995 dezelfde roem zou hebben verworven als die welke hij enkele jaren geleden kreeg met zijn dwarsliggerij tegen het derde kabinet-Lubbers en de CDA-fractie in de Tweede Kamer. Als voorzitter van de Eerste –Kamerfractie van het CDA gedijde de gisterochtend overleden Kaland (72) in een klimaat van groeiende onvrede over een Tweede Kamer die te weinig van zich deed spreken. Met het grotere dualisme en levendiger debat in diezelfde Tweede Kamer is dat inmiddels benaderd. Anderzijds heeft Kalands aanhoudende verzet tegen de verstrengeling van macht en democratie misschien juist mede bijgedragen aan het zelfbewuster optreden van de Tweede Kamer.
De standpunten en biografie van de man die een rechtlijnige Zeeuw heette te zijn, bevatten de nodige paradoxen. Met zijn kritiek op machtsconcentraties in het landsbestuur en binnen het CDA verwierf Kaland zelf macht. Door hun grote kritiek op tal van wetsvoorstellen zoals de basisvorming, het plan-Simons en het huurwaardeforfait hielden Kaland en de 26 overige CDA-senatoren pers en politiek enige jaren in hun ban. Het bracht Lubbers eens tot de woede-uitbarsting dat Kaland “verschrikkelijk moest oppassen”. Kaland ging door met zijn acties en deed daarmee de reputatie van de senaat bepaald geen schade. Uitgesproken critici van de Eerste Kamer zoals oud-fractieleider Wöltgens (PvdA) staan inmiddels op de kieslijst voor diezelfde senaat.
Kaland paarde zijn aanhoudende pleidooien voor een sterker parlement aan een voorliefde voor sterk bestuur. Zo riep hij, net als collega Brinkman in de Tweede Kamer, het derde kabinet-Lubbers herhaaldelijk op tot meer daadkracht. “Er moeten besluiten worden genomen, anders kan dit kabinet beter opstappen”, zei hij in december 1992. Hoe hij dit soort oproepen rijmde met zijn pleidooi voor een sterkere volksvertegenwoordiging, bleef onduidelijk.
Tussen 1962 en 1978 profileerde Kaland zich als provinciaal gedeputeerde die zich ten doel stelde Zeeland een snelle economische opbouw te garanderen. Met een voortvarende – volgens tegenstanders autoritaire – bestuursstijl droeg hij bij aan de vestiging van tal van zware industrieën in het Sloegebied, zoals het Duitse chemiebedrijf Hoechst en de Franse aluminium-gigant Pechiney. Als industrie-gedeputeerde en voorzitter van de raad van bestuur van de provinciale Zeeuwse Elektriciteitsmaatschappij botste Kaland met links-radicalen en de milieu-beweging, twee groepen die hij, volgens de Provinciaals Zeeuwse Courant in die dagen, te gemakkelijk op één lijn plaatste. Martin van Amerongen typeerde Kaland al in 1973 als “ een Westkapelse brandnetel, bloeiend in de schaduw van de industriebaronnen. Eerzuchtig, vriendelijk, diplomatiek, arrogant, capabel.”
Zijn vechtlust ontleende de protestant Kaland naar eigen zeggen aan een combinatie van afkomst en religieuze overtuiging. In zijn geboortedorp Westkapelle, het meest westelijke puntje van Walcheren, was de hemel hoog en den Haag ver weg. Haar inwoners waren in velerlei opzicht op zichzelf aangewezen. De strijd tegen het water – eerst in 1944 en nog een keer bij de watersnoodramp in 1953 – en zijn nederige afkomst als zoon van een kleine boer zonder paarden, hardden zijn karakter. Kaland koos ervoor zijn slopende ziekte, bijna twee jaar geleden begonnen als een gezwel boven in de neusholte, tot het einde toe door te maken.