GAGERN, Friedrich Freiherr von
Oostenrijks schrijver (1882-1947)
* 26 juni 1882 (kasteel) Mokritz in Krain
† 14 november 1947, Geigenberg in Neder-Oostenrijk
Kleinzoon van een jongere broer van Friedrich (Balduin) (1794-1848), studeerde te Wenen, eerst in de rechten, vervolgens in de geschiedenis en aardrijkskunde. Later werd hij journalist.
Als schrijver vestigde hij in 1914 de aandacht op zich met zijn roman
Der böse Geist, waarin hij in een pakkende stijl misstanden in Oostenrijk bestrijdt.
Later trad hij vooral als religieus schrijver op de voorgrond.
Zijn romans worden vooral in Oostenrijk veel gelezen.
Bibliografie:
Der böse Geist (1914)
Das Geheimnis (1919)
Die Wundmale (1919)
Das nackte Leben (1923)
Ein Volk (1924)
Der tote Mann (1927)
Das Grenzerbuch (1927)
Die Strasse (1929)
Geister, Gänger, Gesichte, Gewalten (Zwölfnächte deel 1, 1932)
Schwerter und Spindeln (1930)
Der Jäger und sein Schatten (1940)
Literatuur:
W. Deubel: F.v.G. (Schweizer Monatshefte Jg. 14 1935)