GAEA
Griekse godin
Ook wel Gaia of GE
Was bij de Grieken de Aarde als godin, de oudste der goden. Zij was enerzijds de personificatie van de creatieve groeikracht, de schutse van het leven, en anderzijds een godheid van dood en onderwereld, waarin alle leven terugkeert.
Zij was deels onheilspellend en huivering-wekkend. Volgens de Griekse kosmogonie ontstond zij vanzelf uit de Chaos en bracht zij op haar beurt de hemel (Uranus), bergen en zee voort.
Bij Uranus werd zij de moeder der Titanen, Cyclopen en Hecatonchiren
(100-armigen).
Ook de Erinyen en Giganten werden als haar kinderen beschouwd.
De Grieken geloofden, dat Gaea vóór de komst van Apollo orakels gaf
te Delphi.
Bij de Romeinen noemden haar Tellus of Terra, de vruchtbare aarde, vereerd.
Gaea of Gaia. Afgebeeld (rechts onder) op een deel van een voorstelling van de Gigantomachia.