FADEJEW, Aleksandr Aleksandrovitsj
Russisch schrijver
pseudoniem van A. A. Boelyga
* Kimry, gouv. Tver, 24(11).12.1901 - † Moskou 13.5.1956.
Als jong communist nam hij deel aan de burgeroorlog. Het verslag van zijn ervaringen, Rozgrom (-- De vernietiging, 1927), wordt gerekend tot de klassieke werken van de Sovjet-literatuur; hij greep hierin terug op de methode der psychologische analyse van Tolstoj. De roman Molodaja gvarlija (-- De jonge garde) over een illegale jeugdorganisatie in het door de Duitsers bezette Krasnodon, is, vooral na Fadejevs retouches aangebracht in 1951, te beschouwen als een typisch voorbeeld van na-oorlogs conformistisch socialistisch realisme. Fadrjev, die sedert 1928 hoge functies bekleedde in de Russische schrijversbond, en lid van de Opperste Sovjet, werd tijdens het congres van de bond in 1955 gekapitteld; in mei1956 pleegde hij zelfmoord. Zijn invloed op zijn landgenoten en ook op de Chinese schrijvers is groot geweest.
Werken:. Razliv (= De overstroming, 1923); Protiv tetsjenija (= Tegen de stroom, 1924); Razgrom (1927); Posledniji iz Udege (= De laatste der Oedegen, 4 dln., 1929-1936); Molodaja gvardija (1946).
UITGAVE: Sobranië sotsjnieni (= Verz. werk., 5 din., 1959 e.v.); Za 30 let (= Dertig jaar Brieven, artikelen, redevoeringen, 1957).
LITT.: J. Romanenko, A. Fadejev. Kritiko-biografi ceskij ocerk (1956); N. M. Borovikova, A. A. Fadejev (1962); W. Ostrow, Das Schaffen A. Fadejevs (²1964).