EZECHIËL
Profeet
(Hebr.: Jechezkel), vermoedelijk afgeleid van jechazek el = moge God sterk maken) de naam van een profeet, naar wie het bijbelboek dat zijn woorden bevat, is genoemd. Hij wordt naast Jesaja en Jeremia gerekend tot de zgn. grote profeten.
Ezechiël stamde uit een priesterlijk geslacht en werd in 597 v.C. met andere aanzienlijken uit Jeruzalem door Neboekadnessar naar Babylon in ballingschap weggevoerd. Van hieruit volgde hij de gebeurtenissen in zijn vaderstad met grote belangstelling en hij begeleidde die met zijn profetieën. Zijn stijl kenmerkt zich door wijdlopigheid, zijn visioenen worden aanduidonderwijs verhaald, er treedt een bemiddelende gestalte op, die hun betekenis moet verklaren. Zo is de vorm van zijn profetieën een overgang naar de apocalyptiek, die dan ook allerlei beelden aan hem ontleend heeft, zoals dat van de eindstrijd tegen God (38–39).
Hij bewaarde de ballingen in Babylon voor syncretisme en assimilatie, leerde een individuele verantwoordelijkheid en bereidde de herbouw van de joodse staat na de ballingschap voor. Hoewel hij geen spoedige bevrijding verwachtte, zag hij toch in de verre toekomst een nationaal herstel (33–37) en maakte hij het bestek van een nieuwe tempel met gedetailleerde bijzonderheden (40–43)
Onder: Het visioen van Ezechiël door Raphaël – Florence Palazzio Pitti