EVERTSEN, Johan
vlootvoogd (1600-1666)
* Vlissingen ?.1.1600 – † bij Noord-Voorland 4 aug. 1666
Hij was de zoon van Johan de Kapitein, werd in 1622 kapitein, streed in 1627/1628 tegen Barbarijse zeerovers, werd in 1628 schout-bij-nacht en konvooieerde daarna met slechts vier schepen de door Piet Heyn veroverde Zilvervloot door het van Duinkerker kapers wemelende Nauw van Calais. Hij nam deel aan de Slag op het Slaak (1631) en behaalde na vele jaren van moeizame strijd tegen de Duinkerkers met enkele schepen een overwinning op de Vlaamse kapercommandant Jacques Collaert, die met ten minste 150 man door hem gevankelijk naar Vlissingen werd opgebracht. In febr. 1637 vice-admiraal van zijn gewest geworden, voerde hij in de Slag bij Duins (1639) het Zeeuwse eskader aan tegen dat van de Portugezen, en had een groot aandeel in de zege. De afgunst van zijn Hollandse collega, Witte Cornelisz. de With, de voortdurende naijver tussen de Hollanders en de Zeeuwen en de partijpolitiek hebben het verdere leven van de Oranjegezinde, met Frederik Hendrik en Willem II bevriende Evertsen niet gemakkelijk gemaakt. Na aan de voornaamste wapenfeiten van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog (1652–1654) te hebben deelgenomen, werd hij in dec. 1664 tot luitenant-admiraal benoemd. Bij het uitbreken van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665–1667) moest hij echter het recht op het opperbevel bij eventueel sneuvelen van Van Wassenaer-Obdam aan een jongere Hollander, Kortenaer, afstaan. Na de rampzalige Slag bij Lowestoft (1665) werd hij ten onrechte van plichtsverzuim beticht en door het Brielse grauw in het water gesmeten. Ondanks zijn rehabilitatie besloten de Staten dat hij, met behoud van zijn rang, vooral aan land zou dienen en dat zijn broer Cornelis (1) hem met gelijke rang op zee zou vervangen. Toen deze echter in de Vierdaagse Zeeslag was gevallen, verzocht de 66-jarige naar de vloot te mogen terugkeren, waarbij hij met de vierde positie onder de vlagofficieren genoegen nam. Hij sneuvelde nog datzelfde jaar in de Tweedaagse Zeeslag.