EVERTSEN, Cornelis de Oude
vlootvoogd (1610-1666)
*Vlissingen 4.7.1610 – † bij Noord-Voorland 11.6.1666
Hij was de jongste zoon van Johan de Kapitein. Hij trad in 1626 officieel in zeedienst en werd, na enige jaren de kaapvaart te hebben beoefend, in 1636 kapitein. Hij nam deel aan de Slag bij Duins in 1639, waarbij hij een galjoen overmeesterde, en aan de meeste krijgsverrichtingen van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog (als commandeur en als tijdelijk vice-admiraal; zie Engels-Nederlandse Oorlogen). In de Slag bij Ter Heijde (1653) werd zijn schip tot zinken gebracht, waarna hijzelf drie maanden in Engelse krijgsgevangenschap vertoefde. Toen Michiel de Ruyter in 1659 tijdens de Noordse Oorlog (1655–1660; zie Noordse Oorlogen) op Funen tegen de Zweden opereerde, was Cornelis Evertsen diens onderbevelhebber en hij onderscheidde zich bij de verovering van de stad Nyborg. Van de zomer van 1661 tot jan. 1663 was hij Derde Persoon op de vloot van De Ruyter in de Middellandse Zee en bij het dreigen van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665–1667) werd hij benoemd tot vice-admiraal van Zeeland (dec. 1664). Na de Zeeslag bij Lowestoft (1665) werd hij luitenant-admiraal in de plaats van zijn broer Johan. Op de eerste dag van de Vierdaagse Zeeslag sneuvelde hij.