DAUZAT, Albert
Frans taalgeleerde (1877-1955)
|
* 4.7.1877 Guéret - † 31.10.1955 Parijs. Hij werd directeur d'études aan de Ecole des Hautes Etudes pratiques te Parijs; heeft zich, naast zijn zuiver wetenschappelijk werk, vooral op het gebied van de taalgeografie, toegelegd op het populariseren in de goede zin van het woord van de resultaten die de taalwetenschap de laatste tientallen jaren heeft bereikt. Zijn boeken laten zich gemakkelijk en prettig lezen, zijn noch oppervlakkig noch wijdlopig. Van het zuiver wetenschappelijk werk moeten in de eerste plaats genoemd worden de vier delen Etudes linguistiques sur la Basse-Auvergne en zijn studie over Les Argots Franco-Provençaux. Hieronder hoort ook zijn werk in het door hem opgerichte tijdschrift Le Français moderne en de twee bijdragen die hij in 1935 leverde voor het overzichtswerk Où en sont les Etudes de Français en verder zijn Dictionnaire etymologique de la langue française, dat, uiteraard, bijeenbrengt wat in tientallen jaren door talrijke geleerden is gevonden, maar dat toch ook heel wat eigen werk bevat; het is op het ogenblik het handigste en beste ety- mologisch woordenboek, dat men bezit voor het Frans. Hij is verder redacteur van Onomastica, drie- maand. tijdschr. v. toponymie en anthroponymie. Dauzat werkt tegenwoordig aan een nieuwe Atlas linguistique. Het meer populair-wetenschappelijke werk omvat studiën over de taal, speciaal het Frans, en zijn verschillende aspecten. Tussen de beide groepen in staan Lagéographie linguistique, Les noms de personnes, verder zijn Grammaire. Hij schreef ook talrijke artikelen over taal en taalgeschiedenis.
DR G. G. ELLERBROEK
|
