DÄUBLER, Theodor
Duits schrijver (1876-1934)
|
* Triëst 17.8.1876 – St.-Blasien 13.6.1934.
Zijn hoofdwerk brengt hij in het monumentalistische vers epos ‘Das Nordlicht’ (er zijn vele versies verschenen: 1898–1910, 1919–1921, 1930), het brengt een pantheïstische wereldbelevenis tot uitdrukking. De wereld rond de Middellandse Zee maakt als natuur en als mythe het thema van zijn gedichten uit. Däubler wist zijn voorliefde voor het antieke met zijn zin voor modernisme te verbinden. Hij was een wegbereider van het expressionisme. WERKEN: (o.a.): Poëzie: Hesperien (1915); Der sternhelle Weg (1915); Das Sternenkind (1916); Hymne an Italien (1916); Der neue Standpunkt (1916); Päan u. Dithyrambos (1924); Attische Sonette (1924). – Kritisch proza: Der heilige Berg Athos (1923); Sparta (1923); Delos (1925); Griechenland (1946; uitg. d. M. Sidow). – Romans: Bestrickungen (1927); L’Africana (1928); Die Göttin mit der Fackel (1931). # |