Personal tools
You are here: Home D Das DAS (gebroeders)
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

DAS (gebroeders)

by admin last modified 2007-07-31 09:21 PM

Nederlandse futuriologen


Rudolf en Robert Das

ANWB December 1992
Nederland is het land van de toekomst. Nieuwe ontwikkelingen in het vervoer, wonen en werken zullen hier het eerst plaatsvinden, zegt Rudolf Das die samen met zijn broer Robbert Das het boek Wegen naar de Toekomst schreef en illustreerde. We zullen als eersten in bergachtige huizen gaan wonen, in supersnelle files gaan rijden en met de auto naar de andere kant van de oceaan vliegen.

  Links Rudolf achter zijn bureau


Onder zijn broer Robert


De tweelingbroers Rudolf en Robbert Das zijn eigenlijk technisch illustrator. Sinds 1982 staan ze ook bekend als futurologen' kenners van de toekomst. Want toen verscheen hun boek ‘Zicht op de Toekomst’, waarin ze tekenden en beschreven hoe de wereld er tachtig jaar later uit zou zien. Het boek van toen heeft zojuist een opvolger gekregen, ‘Wegen naar de Toekomst’. In dit nieuwe boek wordt niet alleen de toekomst beschreven, maar ook het verleden, vanaf de Noormannen.

In het atelier van zijn Arnhemse bungalow legt Rudolf Das uit waarom. ‘Als je de toekomst wilt voorspellen, moetje de grote lijnen van de geschiedenis ontdekken. Dus niet, zoals de meeste futurologen doen, alleen naar de laatste 25 jaar kijken. Want dan kom je niet verder dan een voorzichtige voorspelling voor de komende vijfjaar.'

Fantasten

Rudolf en zijn broer Robbert, die aan de Franse zuidkust woont, willen veel verder kijken. Dat maakt de kans op het uitkomen van een voorspelling wel kleiner, weet ook Rudolf Das. Als je goed bent, dan komt twintig procent van je voorspellingen uit. En met heel erg veel geluk misschien vijftig procent. Het is bijvoorbeeld nauwelijks te voorzien wanneer er belangrijke uitvindingen worden gedaan.'

Na deze relativering laat Rudolf Das zijn bescheidenheid varen: 'Niettemin zijn er al heel wat voorspellingen van ons uitgekomen. 'Hij wijst op een knipsel dat met een plakbandje aan de muur is bevestigd. Het is een fragment uit het vorige boek. Op luide toon leest Das voor: 'Het is onvermijdelijk dat ook in het Oostblok een vredesbeweging ontstaat. Een beweging die zal vragen om vrijheid van meningsuiting, uitreisvisa, vakanties in het Westen en materiële zaken als auto's, stereo-installaties en surfplanken. Op straffe van ondergang, ongeloofwaardigheid en een economisch bankroet zullen de Communistische regimes hieraan moeten toegeven dus stopt zijn pijp en steek de tabak aan. Hij knijpt zijn ogen een beetje toe en zegt: 'Dat het Communisme aan een interne revolutie ten gronde zou gaan, schreven wij dus al tien jaar geleden. We werden voor fantasten aangezien’ In dat laatste klinkt eerder triomf door, dan verbittering.

Noormannen

Ook dat tal van ideeën uit het vorige boek, zoals het rijden in supersnelle files, zonder bronvermelding door anderen zijn overgenomen, kan hem niet echt deren. 'Je wordt er niet gelukkiger van door steeds achter patenten of auteursrechten aan te rennen. We zien het eigenlijk als een compliment wanneer anderen iets met onze ideeën doen.'

Of uit het nieuwe boek veel ‘gepikt' wordt, valt nog te bezien. Veel ideeën die erin staan, kwamen al voor in het vorige boek. Het verschil is dat ze beter zijn uitgewerkt. Ging het vorige boek zo ongeveer over de toekomst van de gehele wereld, in ‘Wegen naar de Toekomst’, beperken de broers zich tot verkeers- en vervoerssystemen. Waarom?

Rudolf Das: 'Als je naar het verleden kijkt, zie je dat vervoermiddelen de geschiedenis steeds een nieuwe wending geven. Neem de Noormannen. Zij bouwden als eersten schepen waarmee je al laverend tegen de wind in kon varen. Dat was noodzakelijk, want ze noesten naar het Zuiden, want in het Noorden waren de landbouwopbrengsten te gering. De trek laar het Zuiden, in dit geval West-Europa, heeft enorme gevolgen gehad. De Noormannen konden hier handeldrijven en gebieden koloniseren. Daarna waren het de Engelsen, Nederlanders, Spanjaarden en Portugezen die de vorm van de schepen overnamen. Logisch, want juist zij hadden geleerd van de Noormannen.'

Woonheuvels

Net zoals de Noormannen een uitweg moesten verzinnen om te overleven, zo zal ook Nederland allerlei nieuwe oplossingen moeten bedenken om de welvaart te garanderen. Rudolf Das geeft ze: ‘Het grote probleem van Nederland is dat het dreigt dicht te slibben. Alle rijke landen zullen worden overspoeld doorgelukzoekers uit arme landen. Dat is niet tegen te houden. Voor Nederland heeft dat grote gevolgen, want we zijn al het dichtstbevolkte land, samen met grote delen van Japan. De ruimte die we hebben, moeten we steeds beter benutten. Dat betekent dat we onze huizen anders moeten gaan

bouwen, Flats willen we niet. Een woonheuvel is een veel beter alternatief.

Het is een complex, een grote bult midden in het landschap, met winkels, scholen en garages. Aan de buitenzijde van het complex zijn alle woningen gebouwd. Niet recht, maar schuin op elkaar, zodat zelfs een woning aan de noordkant zonlicht opvangt. Tussen de verschillende woonheuvels laten we het landschap verwilderen. Dat vinden we mooi. Mensen hebben instinctief behoefte aan veel natuur. Ook op de woonheuvel zelf is veel plaats voor beplanting.'

Terwijl Rudolf Das enthousiast het sciencefictionachtige gebouw beschrijft, komt zijn vrouw binnen met thee en een schaal koekjes. 'Wel snel zijn hoor: waarschuwt ze.. 'anders eet mijn man ze allemaal op.'

Deze opmerking brengt Das weer even terug naar het heden.

Knabbelend aan het eerste koekje, zegt hij: ' Als je de plannen voor de woonheuvels aan een ambtenaar laat zien, komt zo'n man meteen met allerlei bijzaken op de proppen, 'Hoe kom je met een hijskraan bij de hoogste verdiepingen?' Of 'Hoe moet je blussen als er brand uitbreekt?'

Gewoon voorzieningen voor aanleggen, zeg ik dan. Dat is wel duur, maar niet duurder dan laagbouw.' Bespiegelend gaat Das verder: 'Het is jammer dat veel ambtenaren zo conservatief zijn. Dat ze nooit ver vooruit kijken. Politici zijn soms nog erger. Veel werken met de ellebogen, maar op een toekomstvisie kun je ze zelden betrappen. De Betuwelijn is een mooi voorbeeld. Al jaren geleden zeiden mijn broer en ik dat je zoiets beter ondergronds kunt aanleggen. Nou, dat kon niet, want dat zou veel te duur worden zeiden ze toen. En wat krijg je nu? Dat de bouw van de lijn door allerlei protesten zoveel vertraging oploopt, dat de aanleg bovengronds straks nog duurder is dan ondergronds..

 

Snelle file

Hoewel de politiek een onzekere factor is in de voorspellingen van de gebroeders Das, is het volgens hen onontkoombaar dat in Nederland de toekomst wordt uitgevonden. 'We zijn én het dichtstbevolkt én het distributiecentrum van Europa. Daarom moeten we wel voorop lopen. Dat is jammer, want bet zal ons handenvol geld kosten om als eersten allerlei nieuwe oplossingen in te voeren.' Voor het personenverkeer is een van die nieuwe oplossingen dé supersnelle mini-file. Rudolf Das: 'We kunnen de wegcapaciteit veel beter benutten als we bumper aan bumper rijden. En dan liefst met een hoge snelheid,oplopend tot wel 300km/h. Nu nog volstrekt onmogelijk, maar in de toekomst gaat de auto steeds meer lijken op een stukje van een sneltrein. Het is straks niet meer de automobilist die de snelheid bepaalt, maar de snelweg zelf. Om de paar minuten zal er een file van dertig of veertig elektrische auto's van Amsterdam naar Parijs vertrekken. De auto's worden als wagonnetjes aan elkaar gekoppeld en met schuifkappen afgedekt om de luchtweerstand te verlagen. Auto's zullen nog veel sterker op elkaar gaan lijken, want ze moeten dezelfde hoogte en breedte hebben. De lengte mag variëren, maar omdat je in de mini-file moet betalen naar lengte, zullen auto’s steeds korter worden. De automobilist verliest wel veel van zijn keuzevrijheid, maar daar staat het voordeel van de snelheid tegenover. 

 

Dubbele Jumbo

Nog veel sneller dan de auto’s gaan volgens Das de wielloze treinen van de toekomst. ‘In vacuümbuizen zullen ze snelheden tot 1500 km/h kunnen halen. Dat betekent dat je in een mum van tijd in Zuid-Frankrijk zit. De trein wordt daarom een steeds grotere concurrent voor de luchtvaart. Vliegtuigen zullen we vooral gebruiken voor lange reizen over, zee.'

Das steekt zijn pijp weer op en trekt tevreden nog een paar visioenen uit de tabak. 'Het vliegtuig van de toe komst wordt twee, drie keer zo groot als de Jumbo van nu. Alles wijst daar op: er moeten steeds meer mensen worden vervoerd, terwijl het aantal vluchten nauwelijks meer kan groeien. Bovendien zullen vliegtuigmotoren op waterstof draaien.

Waterstof is lichter dan kerosine, maar heeft wel meer opslagruimte nodig. Dus weer,' doceert Das, 'een argument om grotere Vliegtuigen te bouwen.' 'Het grootste voordeel van supergrote vliegtuigen is dat we er zo met onze kleine, lichte auto in kunnen rijden. Want dat betekent dat de vliegvelden niet verder uitgebreid hoeven te worden. Nu nog kost het een luchthaven ontzettend veel moeite om alle bagage te verwerken. En om parkeerplaatsen aan alle auto' s te bieden. Dat is straks niet meer nodig. Je rijdt gewoon met je volgeladen autootje het vliegtuig in. In Australië of Amerika aangekomen, rijd je. weer verder.' Over een jaar of tachtig, ik ben dan 109 jaar oud, weten we of de gebroeders Das het bij het rechte eind hadden.

Tekst: Jan-Dirk Onrust. Foto's: Mjchjel Wijnbergh..

Illustraties: Rudolf en Robbert Das Wegen naar de Toekomst is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Tirion. ISBN-nr. 905121 345 x. Het is te koop in de ANWB-winkels. Prijs 49.50


#

Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004