DAMMARTIN, Drouet de
Architect - bouwer (werkz. v.a.1362)
* ? - † - can 1400 Broer van Goy de Dammartin Van 1362 was hij werkzaam als beeldhouwer bij de constructie van het oude Louvre onder leiding van de architect van Koning Karel V, Raymond du Temple. Vanaf 1375 realiseerde jij samen met zijn broer het hertogelijk paleis te Bourges en aan de Heilige kapel voor de graaf Jean de Berry, broer van Karel V. Bij de dood van de graaf beëindigde hij de werkzaamheden. 28 januari 1380 En compagnie d'autres maîtres maçons de Paris, il fait une expertise sur la rose du transept et la maçonnerie de la cathédrale de Troyes. 12 janvier 1383 Début des travaux de construction de la chartreuse de Champmol à Dijon. Drouet de Dammartin en est l'architecte. Les artistes les plus célèbres de l'époque y participent: les statuaires Jehan de Marville, Claus Sluter et Claus de Werwe, le sculpteur Jacques de Baerze, le verrier Henri Glumosack, le fondeur Joseph Colart, le charpentier Jean Deliège (la chartreuse sera détruite en 1793). 10 février 1383 Philippe le Hardi, duc de Bourgogne et comte de Flandre, frère du roi Charles V et de Jean de Berry, le nomme maître général des oeuvres de maçonnerie de tout le pays de Bourgogne. Il dirige la construction de la forteresse de l'Ecluse, en Flandre. 1384 Il visite avec Raymond du Temple les travaux en cours à Rouvres 1387 Il travaille avec son collaborateur Jacques de Neuilly au portail de la Sainte chapelle de Dijon Bouwer van het voormalig kartuizerklooster in Frankrijk, Bourgogne, aan de westrand van Dijon, Champmol Dit werd door hertog Filips de Stoute gesticht om tot mausoleum te dienen voor zijn geslacht. 1383 en 1388 gebouwd onder leiding van Drouet de Dammartin. Filips de Stoute, Jan zonder Vrees en Filips de Goede werden begraven in de kloosterkerk, die door enkelen van de beste kunstenaars van hun tijd werd versierd. Beroemd is vooral het beeldhouweratelier dat eerst onder Jean de Marville, vervolgens onder Claus Sluter en onder diens neef Klaas van de Werve hier heeft gewerkt. Het klooster werd in 1793 verwoest. Bewaard gebleven zijn het portaal van de kerk met de vijf beelden die Claus Sluter hiervoor heeft vervaardigd (1389–1393), en diens zgn. Mozesput (1395–1405), zijnde het voetstuk van een monumentale kruisiginggroep, waarvan zich thans enkele fragmenten in het Musée archéologique te Dijon bevinden. De graftombe van Filips de Stoute (door J. de Marville, Sluter en Klaas van de Werve, 1387–1411) en die van Jan zonder Vrees en Margaretha van Beieren (door Juan de la Huerta en Antoine Lemoiturier, 1443–1470) bevinden zich in het Musée des Beaux-Arts te Dijon, evenals een tweetal verguldhouten altaarretabels uit Champmol, gesneden door Jac. de Baerze en beschilderd door Melchior Broederlam (1390–1399). # |