DAMIAAN, Pater
Belgisch missionaris (1840-1889)
* Jozef de Veuster - Tremelo 3.1.1840 – † Molokai 15.4.1889 In 1859 trad hij in de Congregatie van de Paters van de H.H. Harten en vertrok 2 november 1863 naar de Hawaï eilanden, waar hij op 21 mei 1864 priester gewijd werd. Na acht jaar in Kohala te hebben gewerkt, vroeg hij naar het melaatseneiland Molokai (een van de eilanden van Hawaï) te worden gestuurd. Hij reorganiseerde er de verwilderde gemeenschap, verbeterde de materiële en hygiënische levenscondities en stichtte een centrum van bloeiend christendom. Van 1876 af was hij waarschijnlijk reeds door de melaatsheid (lepra) aangetast, waaraan hij in 1889 overleed. Zijn voorbeeld werkte weldra fascinerend op de gehele wereld. In 1936 werd zijn stoffelijk overschot naar Leuven overgebracht. Een deel van de stoffelijke resten zou later op Molokai begraven worden. Op 4 juni 1995 kondigde paus Johannes Paulus II de zaligverklaring af van De Veuster tijdens een plechtigheid in de basiliek van Koekelberg. Diverse films werden over hem gemaakt, o.a. De pelgrim der verdoemden (d. H. Storck, 1946); Pater Damiaanfilm (d. J. Jacobs, 1949–1966); Hawaii, in het voetspoor van P. Damiaan (d. F. Michiels, 1979) en Father Damian (1999).
Links Standbeeld door Const. Meunier te Leuven Verslag van de aankomst in België van het stoffelijk overschot van Pater Damiaan. Die 3de mei van het jaar 1936 stonden een koning, een kardinaal-aartsbisschop en een half miljoen Antwerpenaren en andere Belgen aan een der havenkaden het Belgische opleidingsschip 'Mercator' op te wachten. Toen het zeilschip aanlegde, werden de trompetten gestoken, schoten kanonnen eresalvo's af en begonnen al de klokken van Antwerpen te luiden. Commando's weerklonken en soldaten presenteerden het geweer, toen een eenvoudige lijkkist van boord werd gedragen en op een lijkwagen geplaatst, die, met zes witte paarden bespannen, naar de kathedraal reed, waarvan de klokken al luider beierden naarmate de haast feestelijke rouwstoet de oeroude Onze-Lieve-Vrouwekerk naderde. De deuren der kerk stonden wijd open, het orgel speelde en luid zongen de koren, toen de kist naar het altaar werd gedragen. Pater Damiaan de Veuster was in zijn land teruggekeerd, dat hij drieënzeventig jaar tevoren verlaten had: een Vlaamse boerenzoon uit Tremeloo bij Leuven, die vrijwel zijn gehele leven onder de melaatsen op het eiland Molokaï had doorgebracht, die daar zelf melaats geworden was en in 1889 gestorven. Om naar zijn laatste wens bij de andere melaatsen begraven te worden onder de pandanusboom, waaronder hij ook zijn eerste nacht op Molokaï had doorgebracht. Zesenveertig jaar lang zouden de resten van zijn verminkte lijf daar rusten; zesenveertig jaar lang zou zijn graf worden vereerd en geëerbiedigd en met altijd weer nieuwe bloemen gesmukt, totdat president Roosevelt zwichtte voor het verlangen der Belgen, hem door Leopold III overgebracht, om hun toekomstige heilige in hun eigen land bij te zetten: De verering van deze grote pionier en held der naastenliefde is in België diep geworteld en de Paters van de Heilige Harten verlangen vurig zijn overblijfselen naar België over te brengen, had de koning de Amerikaanse president geschreven. Na de plechtigheid in de Antwerpse kathedraal is toen, die 3de mei 1936, het als reliek vereerde stoffelijk overschot van Damiaan de Veuster door een langzaam rijdende auto naar Leuven vervoerd, eerst door de late avond, toen door de stille voorjaarsnacht, ook langs dat kleine Tremeloo, waar hij geboren was en ten slot te naar Leuven, waar hij met zoveel moei- zame vlijt theologie had gestudeerd, -moeizaam want hij kende nog geen Latijn en was maar een eenvoudige jongen van boerse afkomst. Onder: Pater Damiaan met zijn melaatse jongens, foto uit 1889. In Leuven rust hij thans in een zwartmarmeren sarcofaag in de kapel van zijn congregatie: van een groot crucifix ziet de gekruisigde Christus op zijn feitelijk óók gekruisigde discipel neer en wat die twee, Heiland en leerling, verenigt is het voor beiden geldende woord uit het Johannes-evangelie, dat langs de kapelwand is aangebracht: Niemand heeft groter liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden. En het lijkt wel, of die kapel wacht op de heiligverklaring van hem die er rust, om -wanneer Vlaanderen dan ook zijn heilige heeft - centrum en doel van biddende pelgrimage te worden. Als pater Damiaan is de melaatse melaatsenpater van het Zuidzee-eiland Molokaï over de gehele wereld bekend geworden. Maar Jozef was zijn eigenlijke naam, 'Jef' zoals hij zich nog noemen zou wanneer hij aan zijn ouders schreef. En zo, als Jozef de Veuster, werd hij de 3de januari 1840 in Tremeloo, onaanzienlijk gehucht bij Leuven, geboren. Pas toen hij als jongeman van twintig jaar de eeuwige geloften aflegde, zou hij zich Damiaan noemen, naar een van de tweelingheiligen Cosmas en Damianus, die in 303 om hun geloof stierven en die- eenmaal heilig verklaard, de schutspatroons van artsen en apothekers werden, omdat zij de geneeskunst hadden beoefend tot heil van velen. (Merkwaardig, de keuze van die naam. # |