DAMASUS I
Romeins pauselijk diaken (305-384)
|
* Rome? 305 – † Rome 11.12.384
Hij was als Romeins diaken nauw betrokken bij de onlusten onder paus Liberius en de tegenpaus Felix II. Hij verzoende zich met de zwakke Liberius na diens terugkeer en werd op 1 okt. 366 tot zijn opvolger gekozen, onder protest van een minderheid die Ursinus koos. In oost en west voerde hij een bewuste, en niet steeds tactische, primaatspolitiek. Zijn westerse trots – aldus niemand minder dan Basilius de Grote– verhinderde een oplossing van het slepende conflict in Antiochië; wel steunde hij, tegen Alexandrië in, de benoeming van Gregorius van Nazianze te Constantinopel. Aan het concilie aldaar (381) nam hij niet deel, maar op een Romeinse synode (in 382?) werd onder de drie Petruszetels, Rome, Alexandrië en Antiochië, het primaat van de eerste uitdrukkelijk beklemtoond. Keizer Theodosius verplichtte in zijn beroemde edict van 28 febr. 380 (zie Theodosius I) al zijn onderdanen tot die religie die paus Damasus en bisschop Petros van Alexandria belijden. Ook in dogmatische kwesties greep de paus vaak in, zoals bijv. tegen de arianen in het westen (369), tegen de photinianen (375) en de apollinaristen (376), waarbij telkens als criterium voor orthodoxie de belijdenis van Rome gold. Priscillianus deed in zijn Apologie een (vergeefs) beroep op de paus. Damasus is ook bekend gebleven door zijn bemoeienis met wetenschap en kunst. Hij correspondeerde met Hiëronymus en gaf hem opdracht tot de revisie van de Latijnse bijbelvertalingen (zie Vulgaat). Voor martelaarsgraven en door hem gerestaureerde kerken vervaardigde hij 59 metrische inscripties. Hij ligt begraven in de S. Lorenzo en wordt als heilige vereerd. Gedachtenis: 11 dec. WERK: Fides of Tomus Damasi (24 anathematismen tegen ketterijen); Epigrammata (uitgeg. d. A. Ferrua, 1942). # |