DAGOBERT I
Koning der Franken (602-639)
* 602 - † 19-01-639
Koning der Franken 623/629 tot 639.
Uit het geslacht der Merovingen, was de zoon van Clotarius II, die in de laatste maanden van 629 overleed. Werd reeds tijdens diens regering als koning van het grootste deel van Austrasië (623) erkend. Eerst stond hij onder voogdij van Pippijn van Landen en bisschop Arnulf van Metz. Sommige groten wilden Dagoberts jongere broer, Charibert, tot koning uitroepen, maar Dagobert wist dit te voorkomen en door list en geweld zijn gezag in geheel het Frankische Rijk te doen erkennen. Charibert werd teruggedrongen tot het uiterste zuiden van Aquitanië, waar hij tot aan zijn vroegtijdige dood (632) enkele steden kon behouden. De eenheid in het Frankische Rijk was opnieuw werkelijkheid geworden.
Later verwierf hij gans Austrasië, na de dood van zijn vader ook Soissons; en ook Bourgondië kwam in zijn macht
Zodra zijn macht stevig gevestigd was, bleek hij een krachtdadig en streng heerser te zijn. Hij koos Parijs uit voor zijn gewone residentie en, daar deze plaats in Neustrië lag, misnoegde Dagobert daardoor de Austrasiërs, doch zijn hardhandig optreden verhinderde elke grote opstand. De betrekkelijke vrede die in het rijk heerste liet aan Dagobert toe zich door zijn naburen te doen vrezen; hij streed met succes tegen de Gasconjers, deed zich zowel door de Westgoten als door de Langobarden eerbiedig Dagan (Dagon, Daguna), Vooraziatische god, die sinds de Akkadtijd in het gebied van de Midden-Eufraat bekend is.
Men vindt zijn naam in de Ur III tijd in het onomastikon van de teksten uit Drehim en in Oud Assyrische persoonsnamen uit Kültepe (Klein-Azië). In de Oud-babylonische periode werd Dagan veel vereerd; de koningsnamen Iddindagan en Išmedagan (van Isin) tonen dit evenals de door Hammoerapi, blijkens de proloog van zijn codex, jegens de god aan de dag gelegde houding; verder is uit de Mariteksten de verering van Dagan in Mari en in Terqa, o.a. door offers bekend. In Mari en in Terqa bezat Dagan tempels. In de Assyrische koningsinscripties van vroeger en later tijd wordt Dagan meermalen genoemd. Zijn gemalin was de godin Salas. Dagan was wellicht een weer- en vruchtbaarheidsgod.
In het Westaziatische gebied komt Dagan voor in een persoonsnaam in de Amamabrieven, tevens in Oegariet, waar hij in de mythologie een onbetekenende, in de cultus blijkens zijn tempel aldaar een belangrijke rol moet hebben gespeeld; verder in het 0. T. als Filistijnse god (Recht. 16, 23 vlg.; 1 Sam. 5; 31, 10; 1 Kron.10, 10; vgl. 1 Makk. 10, 83 vlg.; 11,4).
LITT. : G. Dossin, La divination en Mésopotamie ancienne (1966).