CAPOUYA, Emile
Amerikaans uitgever
Door LUCAS LIGTENBERG
Capouya is een uitgever bij het Amerikaanse New Amsterdam Books, Hij publiceerde onlangs een verhalenbundel, In the Sparrow Hills, die bijna gelijktijdig ook in Nederlandse vertaling uitkwam, onder de titel Staren naar de zon. Capouya geeft zelf vertalingen uit van onder anderen F. Bordewijk, Jeroen Brouwers en S. Vestdijk. ‘Toen ik vlak na de oorlog op een koude dag voor het eerst Rotterdam binnenvoer’, zegt Capouya, "trok een loods die zag dat ik stond te rillen uit zichzelf zijn jopper uit en gaf hem aan mij. Dit is een fantastisch volk, dacht ik."
Capouya werd in 1925 geboren in New Vork City en groeide op in de Bronx en Brooklyn. Op zijn zestiende
ging hij naar zee. Capouya schrijft veel over zijn tijd op zee, tijdens en na de oorlog. Hij loodst konvooien langs de koraalkust van Nieuw-Guinea en gaat op onderzoek uit in een munitieschip waar zojuist een bom op is gevallen. De schrijver zelf was door het ontzaglijk grote aantal dodelijke slachtoffers onder bemanningsleden in de oorlog al gauw de jongste marinekapitein van de Amerikaanse vloot. ‘Mijn verhalen zijn autobiografisch’, vertelt Capouya, maar in mijn boek ben ik niet altijd de ikfiguur. Het leek mij interessanter als anderen rare dingen overkwam’.
Na veertien jaar varen was Capouya al een Oude rot in het vak maar intussen kwam een nieuwe generatie schepen in gebruik. Hij moest onder buitenlandse vlag gaan varen of genoegen nemen met een minder baantje. Met spijt in zijn hart besloot hij aan wal om op zijn dertigste aan studies filosofie en Frans op Columbia University te beginnen. Hij voltooide beide vakken en studeerde vervolgens moderne talen in Oxford. Daarna kwam hij in het uitgeversvak terecht. Capouya: ‘Ik vond het vreselijk om het varen op te . geven. Uitgeven is wel leuk maar het is niet meer dan een ambacht. Varen daarentegen, nou ja, het is een ambacht maar het is ook veel meer’.
De romantiek van het varen maar ook een leven vol boeken zijn hem allebei met de paplepel ingegoten. Capouya's vader was Spanjaard en verdiende de kost met in- en export. ‘Mijn vader was van een klasse die niet meer bestaat’, zegt Capouya. ‘Hij was een intellectuele arbeider. Hij sprak dertien talen vloeiend en alles wat hij wist had hij zichzelf geleerd. Hij correspondeerde met mensen over de hele wereld. Hij was een buitengewone man, zeer romantisch ook. Eén keer was een schip dat lading voor hem vervoerde vastgelopen op een zandbank In de Rode Zee. Opgewonden kwam hij thuis en vertelde het verhaal, niet omdat hij het erg vond dat hij schade leed maar omdat het idee van avontuur op zee hem zo aansprak’.
Capouya's moeder was een Russische ‘dus mijn ouders vormden een verschrikkelijke combinatie’, zegt Capouya, "Ik ben in mijn leven veel Russen tegengekomen die na een eerste blik zeiden: 'Jij bent Russisch hè'. En bijna elke Rus boog zich naar me over en zei: 'Vertrouw nooit een Rus'. 'Ik wist al dat mijn moeder gek was maar nu weet ik dat alle Russen het zijn. Capouya geeft toe dat hij er zelf ook wat van meegekregen heeft.
In Capouya's verhalen zijn het bijna altijd jonge mannen die bluffen, vechten en streken uithalen en moed tonen. Capouya zegt dat hij gefascineerd wordt door jonge kerels. ‘Jonge mannen zijn volgens mij gek, althans, ik was dat’, zegt de schrijver. Hij keurt de dingen die hij toen deed nu af. Maar een avondje uit in de jaren veertig, toen hij met een groepje andere Amerikanen in Frankrijk in gezelschap was van een prachtige Spaanse, staat Capouya nog levendig voor de geest, ‘Ik had die vrouw mee moeten nemen naar Amerika", zegt hij met lichte spijt’.
Bij Capouya thuis werd geen Amerikaans gesproken, alleen Russisch en Spaans. Van jongsaf aan heeft Capouya zich onder meer daardoor altijd anders dan zijn Amerikaanse leeftijdgenoten gevoeld. Hij moest van zijn vader fabels van Lafontaine uit zijn hoofd leren en het onderlijk huis stond in tegenstelling tot dat van de meeste Amerikanen vol boeken. Zijn vader gidste hem door de wéreldliteratuur. ‘Moby Dick had ik al gelezen voordat ik het eigenlijk kon begrijpen en Jospeh Conrad heb ik verslonden’, zegt Capouya, die over het dagelijks leven in de VS alles moest leren van zijn zus. 'Mijn vader is hier zijn hele leven een vreemde geweest’
Na zijn studie kwam Capouya in het boekenvak terecht, bij uitgevers als Twain, George Brasiller, MacMillan en Schocken Books; ‘Als ik een loonsverhoging wilde’, zegt Capouya, moest ik van baan veranderen, zo ging dat. Hij moest bij MacMillan bijvoorbeeld twintig .boeken per jaar doen. Meestal was dat non-fictie maar hij smokkelde er wel eens roman tussen, want dat was zijn liefde. Zijn laatste werkgever voor hij in 1987 samen met zijn vrouw Keithe een eigen uitgeverij begon, was Schocken Books. ‘Het was een ongelofelijk mooi fonds maar de kleinkinderen van de oprichter hebben het inmiddels verkocht’, vertelt Capouya, die er hoofdredacteur was. Schocken was bijvoorbeeld de Amerikaanse uitgever van Kafka. Capouya: ‘De oude Schocken heeft nog brieven los gepeuterd van een vriendin van Kafka die op latere leeftijd naar Californië bleek te zijn verhuisd. Hij zei tegen haar: Als jij je brieven niet geeft, publiceren we de brieven van zijn andere grote liefde'. Het was pure bluf maar de vrouw, die stokoud was en niet meer kon zien zwichtte. Zo maakte Schocken boeken‘.
Capouya is naar eigen zeggen bij Schocken ontslagen daar omdat hij te veel deed. ‘Ik maakte te veel boeken en verdubbelde in twee jaar de nettowaarde van het bedrijf', aldus Capouya. ‘Daar was men gek genoeg helemaal niet blij mee dus toen kon ik vertrekken’ New Amsterdam Books zat tot voor kort in Manhattan maar heeft nu de rust van het platteland opgezocht. De uitgeverij publiceert veel kunstboeken en reisboeken. Daarnaast is er ook een kleine sectie wetenschappelijke uitgaven. Capouya: ‘Wij hebben Sunken Red in Engelse vertaling uitgegeven en ook The Garden where the Brass Band Played van Vestdijk. Ook hebben we Character van Bordewijk uitgegeven. Nu zijn we bezig met een Elsschotbundel, met de Laarmans verhalen (Three Tales from a Life), maar we weten nog niet precies wanneer die uitkomt’.
Capouya kan wel Nederlands lezen maar hij kan geen gesprek volgen. ‘Ik ben in Nederlands geïnteresseerd geraakt toen de voorganger van Joost de Wit bij de Stichting voor vertalingen tegen mij begon over Du Perron, die hij de Nederlandse Proust noemde’, vertelt de schrijver. ‘Later leerde ik via Joost de Wit het werk van Jeroen Brouwers kennen’.
De Nederlandse vertaling van drie van Capouya's verhalen is gedaan door de Salinger-vertaler Johan Hos en een verhaal is door Capouya's literair agent in Nederland, Alice Toledo, vertaald. Voormalig uitgever van De Arbeiderspers, Th. Sontrop, tekende voor de vertaling van twee gedichten. Capouya is zeer te spreken over de Nederlandse versie, ook al besloot de uitgeverij één verhaal dat niet met zeevaart te maken had in de Nederlandse bundel weg te laten. Capouya vertelt dat Hos aanvankelijk geen vertaling had voor 'mud pilot', een loods die dicht langs de kust of in rivieren leidt. Capouya: ‘Later vond hij het woord 'slikloods', precies de juiste vertaling’. Met deze vertaalde 'mud pilot' lijkt de cirkel die begon met de vriendelijke havenloods van vlak na de oorlog nu geheel rond.