CANTOR, Georg Ferdinand Ludwig Phillip
Duits wiskundige(1845-1918)
* St.-Petersburg, Rusland, 3.3.1845 – † Halle 6.1.1918.
van 1872 tot 1905 hoogleraar aan de universiteit in Halle. Cantor en Richard Dedekind zijn de eersten geweest die een strenge theorie van het reële getal hebben opgesteld; de uitspraak, dat er een eenduidige betrekking bestaat tussen de punten van een lijn en de reële getallen, noemt men het ‘axioma van Cantor-Dedekind’. Cantor is vooral beroemd als grondlegger van de leer der verzamelingen (Mengenlehre), die hij van 1870 af in een reeks publicaties stelselmatig ontwikkelde. In 1883 verscheen zijn Grundlagen einer allgemeinen Mannigfaltigkeitslehre. In deze verhandelingen stelde hij een theorie van zgn. transfinite kardinaalgetallen op, die berustte op de aanvaarding van een zgn. voltooid oneindige. Dit bracht hem in botsing met andere wiskundigen als Leopold Kronecker, die het oneindige alleen als proces aanvaardden. Cantors theorie der verzamelingen is, hoewel zij tot vele controversies heeft geleid thans algemeen aanvaard als een der grondslagen van de wiskunde.
WERK: Contributions to the founding of the theory of transfinite numbers, d. P.E.B. Jourdain (1915; 21952); Gesammelte Abhandlungen (1932, 21962).