CANTIMPRÉ, Thomas van
Nederlands schrijver (1201-1272)
* Sint-Pietersleeuw 1201 – † Leuven 1263 of ca. 1270/1272.
Brabants geestelijk schrijver, werd in 1217 augustijnenkoorheer te Cantimpré bij Kamerijk en ging kort na 1230 over tot de dominicanenorde te Leuven. Hij studeerde te Luik en, met Thomas van Aquino, te Keulen bij Albertus Magnus. Hij schreef enkele heiligenlevens (Vita Christinae Mirabilis, Vita piae Lutgardis, Vita B. Margaretae Ipreusis en Vita Mariae Oigniacencis), een groot allegorisch werk Bonum universale de apibus (1256- 1261) of Der biën boeck, en een natuurwetenschappelijk traktaat Opus de natura rerum, waaruit Vincentius van Beauvais putte voor zijn encyclopedisch werk en dat zowel in het Duits werd bewerkt (door Konrad von Megenberg) als in het Nederlands (door Jacob van Maerlant: Der naturen bloeme).
UITG: en vert. W.A. van der Vet, Het Biënboec van Thomas van Cantimpré en zijn exempelen (1902); Liber de monstruosis hominibus (deel van De natura rerum), Erstausgabe… d. A. Hilka (1911); Het leven van de H. Lutgart… verdietscht, d. A. Janssens (1921).