Personal tools
You are here: Home C Cam Cam CAMBACÉRÈS, Jean Jacques Régis de
Document Actions

CAMBACÉRÈS, Jean Jacques Régis de

by admin last modified 2004-08-08 05:52 PM

hertog van Parma

Frans jurist en staatsman

* Montpellier 18.10.1753 - † Parijs 5.3.1824.

(onder ets naar een portret van Galland)

Cambaceres

 

In 1792 werd hij lid van de Nationale Conventie, stemde voor het "schuldig" I van Lodewijk XVI, ofschoon hij diens leven, als de Girondijnen deden, trachtte te redden. Toch was hij het weer, die op 10 maart 1793, overlopende naar de Bergpartij, het voorstel deed, het Tribunal Révolutionnaire en het Comité de Salut Public op te richten en die in juni meewerkte tot de val van de Gironde.

Op 9 augustus 1793 diende hij als lid van een staatscommissie voor de voorbereiding van een Burgerlijk Wetboek een voorstel daartoe bij de conventie in, dat herhaaldelijk besproken werd, maar als gevolg van de onzekere politieke verhoudingen in deze jaren nog niet werd aangenomen. Na Thermidor 1794: werd hij voorzitter van de Nationale Conventie en daarna van het Comité de Salut Public. In oktober 1796 werd hij voorzitter van de Raad van Vijfhonderd, maar het Directoire verlangde na de staatsgreep van Fructidor (4 september) 1797 zijn aftreden. Eerst toen Siéyes directeur geworden was, werd Cambacéres in juli 1799 weer voor de openbare dienst en wel voor de portefeuille van Justitie aangewezen. De 18de Brumaire (9 november 1799) schonk hem echter pas de plaats, die hem toekwam. Cambacéres werd tweede con- sul der Republiek, en had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de Code civil. Door de staatscommissie voor de samenstelling daarvan werd zijn Projet de Code civil et discours préliminaire van 1793 als leidraad gebruikt. Na de troonsbeklimming van Napoleon I in 1804: zag hij zich benoemd tot aartskanselier van het rijk en in 1808 tot hertog van Parma. In 1813 was hij voorzitter van de Regentschapsraad. De meeste Senatus consulten zijn van zijn hand. Gedurende de Honderd Dagen (1815) was hij weder minister van Justitie en voorzitter van de Senaat. Na de tweede Restauratie werd hij in 1816 als "koningsmoorder" uit het land verbannen en woonde hij te Amsterdam en te Brussel, totdat de Franse Regering, bij besluit van 13 mei 1818, hem in al zijn burgerlijke en staatkundige rechten herstelde.

Bibl.: Behalve het reeds vermelde werk: Code français ou Colleclion par ordre de matières des lois de la République (1797); Constitution de la république française (5 dln, 1798; samen met Oudot).

LITT. : Fenet, Recueil complet des travaux préparatoires du code civil (1827-'28), 15 vols; Ph. Sagnac, La législation civile de la Révolution française (1898); Locré, Procès verbaux du Conseil d'Etat contenant la discussion du projet du code civil, an XII, 5 vols; Duvivier, L'exil de C. (Malines 1909); Le code civil, livre du centenaire (1904) ; P. Vialles, L'archichancelier C. (1908); J. Bourdon, Le rôle de a. sous Ie consulat et I'Empire (Bull. de la Soc. d'Hist. mod., 1928); P. Viard, Hist. générale du droit privé français de 1789-1830 (1931); J. Thiry, J.J.R. de C.,archichancelier de l'Empire (Paris 1931).

 

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004