BABEUF, François-Noël
Frans communist (1760-1797)
* St Quentin 23.11.1760 - † Parijs 27.5.1797.
Hij was oorspronkelijk landmeter. in welk beroep hij de nadelige gevolgen van het grootgrondbezit leerde kennen. Na aanvankelijk Robespièrre te hebben bestreden, ging hij in zijn sinds Sept. 1794 verschenen blad Journal de la liberté de Ia presse zich steeds scherper tegen de Thermidoristen keren. In oktober 1794 noemde hij zijn krant Le Tribun du peuple ou le défenseur des droits de l'homme en ondertekende zijn artikelen met de naam Gracchus Babeuf, een herinnering aan de Romeinse hervormer. Hij wees er op, dat de revolutie halverwege was blijven staan, omdat zij de voorrechten, der rijken niet ten gunste der armen had aangetast. Van februari tot september 1795 zat hij in de gevangenis, waar hij kennis maakte met gelijkgezinden en met hen socialistische denkbeelden besprak. Na hun invrijheidsstelling stichtten zij de Société du Panthéon, tot welke ook tal van teleurgestelde Jacobijnen toetraden. De kern van deze club vormden de onmiddellijke aanhangers van Babeuf de "égaux". Het politieke doel was herstel der Constitutie van 1793, maar het sociale doel ging veel verder. Met Darthé, Buonarotti, Lepelletier, Maréchal, e.a. zette Babeuf een samenzwering tegen het Directoire op touw, nadat in februari 1796 de club van het Panthéon op last van het Directoire door Bonaparte was gesloten. Babeuf en zes anderen vormden een zgn. geheim Directoire, welks voorlopig programma werd neergelegd in het door Maréchal ontworpen Manifeste des égaux. Hierin werd de afschaffing van de particuliere eigendom van de grond geëist en van alle verschillen tussen armen en rijken. Aangezien de samenzweerders dit stuk te retorisch en te wild vonden, werd een rustiger program opgesteld, de Analyse de la doctrine de Babeuf, waar ook de gelijkheid als uitgangspunt werd ingenomen. De Revolutie, aldus dit geschrift, is niet geëindigd, omdat nog de rijken alle welvaart genieten en alleen regeren, terwijl de armen werken als slaven en in armoede leven. Ten slot te werd de Constitutie van 1793 de ware grondwet van het Franse volk genoemd.
De samenzweerders verspreidden deze en dergelijke geschriften vooral in werkplaatsen en in het leger. Zij beoogden een dictatuur te vestigen, ten einde tot een betere samenleving te komen. Hun methoden: propaganda, cellenbouw, concentratie van alle macht in een kleine groep, waren het voorbeeld voor latere revolutionaire bewegingen, al was hun toepassing er van zeer dilettantisch.
Een officier, Georges Grisel, die een belangrijk aandeel in de voorbereiding had, verried het complot en op 10 mei 1796 werden de samenzweerders gearresteerd. Na een zeer langdurig proces, dat vooral Babeuf aangreep om propaganda voor zijn communistische opvattingen te maken, werden hij zelf en Darthé op 26 mei 1797 ter dood veroordeeld en, na een mislukte poging tot zelfmoord, de volgende dag geguillotineerd. Zeven anderen werden gedeporteerd, 56 verdachten werden vrijgesproken.
Buonarotti, die verbannen werd, hield de herinnering aan Babeuf en zijn samenzwering vooral levend door zijn in 1828 gepubliceerd boek, waarin hij aan de hand van documenten en persoonlijke herinneringen een uitvoerige geschiedenis van het complot schreef. Dit boek heeft grote invloed op latere revolutionairen gehad.
In het algemeen heeft het Babouvisme grote betekenis gehad, in de eerste plaats voor het Franse socialisme en daardoor indirect voor Marx en zijn volgelingen (Lenin).
BABOUVISME heet de leer van Babeuf en de met hem verbonden communistische beweging uit de laatste periode van de grote Franse Revolutie, Doel, inhoud en middel van zijn streven heeft Babeuf zelf zo duidelijk mogelijk aangegeven in het volgend plakkaat, dat 21 en 22 Germinal van het jaar IV (10 en 11 april 1796) te Parijs was aangeplakt: "De natuur heeft alle mensen een gelijk recht op het genot van alle goederen gegeven. Doel van de maatschappij is, deze gelijkheid, die in de ruwe natuurstaat vaak in het gedrang komt, doordat er sterken en zwakken zijn, te verdedigen en door aller daadwerkelijke medewerking de gemeenschappelijke levensvreugden te vermeerderen. De natuur heeft aan ieder de plicht tot arbeid opgelegd; niemand heeft zich zonder misdaad aan die plicht kunnen onttrekken. Arbeid en genot moeten voor allen gemeenschappelijk zijn zolang de een aan zijn arbeid te gronde gaat, terwijl de ander niets doet en alles in overvloed bezit, bestaat er geweld heerschappij. Niemand kan, zonder een misdaad te begaan, zich land of werkplaatsen verwerven. In de ware maatschappij mogen er noch rijken noch armen bestaan. Rijken, die niet ten gunste der gebreklijdende van hun overvloed afstand willen doen, zijn vijanden van het volk. Niemand mag door ophoping van alle middelen een ander buiten staat stellen, het voor zijn welvaart nodige onderrichtte verkrijgen. Het onderricht moet voor allen gelijk zijn. Het doel der revolutie is de vernietiging der ongelijkheid en het herstel van de algemene welstand. De revolutie is nog niet voltooid, omdat de rijken alle goederen naar zich toe halen en niets doen dan bevelen, terwijl de armen als ware slaven arbeiden, in ellende verkwijnen en in de staat voor niets gelden.
Onder: Een medaille van D. d’Angers Parijs Musée Carnavalet.
Ofschoon de hier ontwikkelde denkbeelden op zichzelf niet nieuw waren, Babeuf ontleende ze vooral aan de rationalistisch-communis-tische geloofsbelijdenis van Morelly, de Code de la Nature (1755) - heeft het Babouvisme toch in twee opzichten grote betekenis voor de geschiedenis van het radicale socialisme:
1. de Revolutie had nu de massa juridisch vrij en juridisch gelijk gemaakt; zij had het individu erkend, doch des te scherper sprongen nu ook voor kritische geesten de gebleven economische onvrijheid en ongelijkheid in het oog, terwijl de leuze, die de na-revolutionnaire bourgeoismaatschappij van het Directoire eerst recht niet had verwezenlijkt, die der broederschap was.
Vandaar dat het Babouvisme in de eerste plaats naar een voortzetting der revolutie streefde, in de hoop daardoor aan de bestaande ongelijkheid der bezitsverhoudingen een einde te maken. Het begrip communisme raakte met het begrip sociale revolutie verbonden;
2. de Revolutie had door de gilde-banden te verbreken, ook in Frankrijk de weg vrijgemaakt voor het moderne industrialisme en daarmee het begin van een eigenlijk modern proletariaat geschapen. Vandaar dat het Babouvisme voor de verwerkelijking van zijn streven een beroep deed op de arbeidersklasse. Het begrip sociale revolutie raakte verbonden met het begrip klassenstrijd en het begrip klassenstrijd met dat van de dictatuur van het proletariaat.
In diezelfde historisch bepaalde factoren schuilen echter nog tevens de zwakheid en halfslachtigheid van het Babouvisme. De denkbeelden van Babeuf en Buonarotti konden daarom in de brede massa geen wortel schieten en ze zijn door Marx in het Communistisch Manifest dan ook ingedeeld bij het kritisch-utopistische socialisme en communisme.
BABOUBISME LITT. : Cadastre perpétuel (1789) ; Du système de dépopulation ou la vie et les crimes de Carrier (1794) . Ph. Buonarotti, Conspiration pour l'égalité dite de Babeuf, 2 vol. (1828) ; V. Advielle, Histoire de Gracchus Babeuf et du Babouvisme, 2 vol. (1884) ; Ed. Fleury, Babeuf et Ie socialisme en 1796 (1851) ; L. von Stein, Geschichte der sozialen Bewegung in Frankreich, 1 (1850), (nieuwe ed, München 1921) ; M. Dommanget, Babeuf et la conspiration des Egaux (1922) ; Idem, Pages choisies de Babeuf (1935) met bibliografie; G. Walter, Babeuf et la Babouvisme (1933); R. Montgrenier, Gracchus Babeuf (1937); Ilya. Ehrenburg, La .vie de Gracchus Babeuf (1929) ; Alfred Espinas, La philosophie socIale du XVIIIe siècle et la révolution (1898), P,.195-401; H.J.Laski, The socialist tradtion In the French revolution (1930) ; Idem, Studies in law and politics (1932), p, 66-104; D. Guérin, La lutte de classes sous la première république, 2 vol. (1946) ; D. Thomson, The Babeuf plot (1947).