Personal tools
You are here: Home A AK AKA AKBAR, Aboel-Fath Djalal-oed-Din Mohammed
Document Actions

AKBAR, Aboel-Fath Djalal-oed-Din Mohammed

by admin last modified 2010-07-25 11:38 PM

3de en belangrijkste Mogol-keizer van India (1542-1605)

* 15.10.1542 Oemarkot - † 1605 Agra
 

Hij volgde in 1556 zijn vader Hoemajoen op onder regentschap van de wesir Bairan Khan.. Akbar wijdde zich eerst aan de consolidatie van het Mogol-rijk, dat nog slechts een deel van de Punjab en Delhi omvatte. In een reeks veldtochten tot 1576 wist hij zijn gezag over geheel Noord-India te vestigen. Latere veroveringen voegden daar nog Kashmir, de Kaboelvallei en het noordwestelijk deel van de Deccan tot de Godavari aan toe. Anders dan zijn voorgangers steunde hij niet alleen op zijn geloofsgenoten doch tevens op de Hindoe bevolking, wier vertegenwoordigers, de Rajputvorsten, hij aan zich bond door huwelijken en hoge posities. Na 1576 begon Akbar een reorganisatie van het landrente systeem, de economische basis van het bestuur. Hij nam kennis van verschillende godsdiensten, o.a. van het christendom. Ten slotte proclameerde hij een eigen godsdienst, het 'Goddelijk Geloof (Din Ilahi), waarin hij de essentie van alle godsdiensten wilde verenigen.

Akbar ontvangt de heerschappij uit de handen van Raj Soerajan Hada, Indisch miniatuur (17de eeuw) Londen Victoria & Albert Museum.

 

De Keizer werd opgevolgd door zijn zoon Jahangir Akbar is geïdealiseerd voorgesteld in de roman Akbar van P. A. van Limburg –Brouwer (1872)

LITT.: V.A. Smith, Akbar (1919); W.H. Moreland, India at the death of Akbar (1920); L. Binyon, Akbar (1932); E. Dletz, Akbar, Gottsucher und Kaiser (1961).

Andere boeken gemaakt door Keizer Akbar ‘Tarikh i Alfi’(Wereld geschiedenis) en Geschiedenis van Rashiduddin

miniatuur van Basawan bladzijde uit het manuscript Tarikh i Alfi

(Wereldgeschiedenis) gemaakt voot keizer Akbar – Freer Gallery of Art Washington.

 

Akbar roman

van P.A.S. van Limburg Brouwer (1872), waarin de geschiedenis wordt verteld van Akbar, keizer van Indië. Van Limburg Brouwer gebruikte deze figuur om in hem aan zijn denkbeelden over religie, filosofie en maatschappij uitdrukking te geven.

Uit de kunstschatten van Akbar de Grote

Akbar, met recht 'de Grote' geheten, smeedde met macht van wapenen en politieke tact het uiteengevallen rijk der Moghuls weer aaneen en deed de kunst van India, verjongd en verrijkt door de Perzische techniek en traditie, opnieuw bloeien. In zijn, omstreeks de jaren '60 van de zestiende eeuw gestichte hofatelier ontstonden talloze kunstwerken, waaronder de illustraties van de Hamza-roman een belangrijke en aparte plaats innemen. Deze roman, in de eerste plaats bedoeld als een geromantiseerde beschrijving van de islam, moet geheel in dit licht beoordeeld worden. De held, volgens de legende een oom en zoogbroeder van de profeet Mohammed, stond aanvankelijk afwijzend tegenover de nieuwe leer, doch sloot zich enkele jaren na de eerste openbaringen bij de islam aan. Samen met de stichter week hij naar Medina uit. Hij verwierf zich roem als dapper krijger en zijn naam wordt in één adem genoemd met die van Ali, neef en schoonzoon van Mohammed. Veel meer meldt over hem de geschiedenis niet.

Des te uitvoeriger worden zijn avonturen en heldendaden beschreven in de roman, waarvan overigens de kunstzinnige waarde gering is.

Het zwaartepunt ligt hier geheel op het gebied van de illustraties, waarvan er naar men schat ongeveer 1400 bestaan moeten hebben. Hiervan is nog geen tiende deel bewaard gebleven. Deze bladen, voor miniaturen van wel uitzonderlijk grote afmetingen (ca. 67 bij 51 cm), bevinden zich ten dele in Wenen en verder in Londen en in privé-verzamelingen in Duitsland, Engeland, de Verenigde Staten en Zwitserland. Ze zijn op een katoenweefsel geschilderd, dat bevestigd is op papier.

De roman zelf valt in drie delen uiteen. In het eerste tracht Hamza de dochter van de Perzische koning Anuschiwaran of Chosrau I te veroveren. De intriges van Anuschiwaran en meer speciaal van diens vizieren weten een tijdlang de vereniging van de beide gelieven te verhinderen, door hem allerlei opdrachten te geven, die erop gericht zijn hem ten ondergang te voeren. Ten slotte weet hij zich toch van prinses Mihrnigar meester te maken, maar als hij met haar terugkeert in Perzië ontbrandt de strijd opnieuw en leidt tot de dood van Mihrnigar.

Aan haar graf wordt Hamza gevangengenomen, doch ook uit dit gevaar weten zijn spionnen, die in het hele verhaal een grote rol spelen, hem te bevrijden.

In het tweede deel strijdt hij tegen de Franken (Byzantium) en dan weer tegen de vuuraanbiddende Perzen. Hij achtervolgt Anuschiwaran van stad tot stad en weet hem ten slotte tot overgave te dwingen. Zijn zoon en opvolger gaat dan tot de islam over. Het slotdeel beschrijft de strijd tegen de reus Zumurrud en de ondergang van Hamza in de slag bij Uhud.

De platen zijn ten dele door fanatieke orthodoxe islamieten beschadigd en pogingen tot restauratie hebben meer kwaad dan goed gedaan. Uit het gehele werk blijkt duidelijk dat het in een groot atelier tot stand gekomen is en dat vele verschillende handen eraan gewerkt hebben. De platen vertonen onderling aanzienlijke verschillen wat kwaliteit en opvatting betreft.

De Hamza-illustraties vormen binnen het concept van de kunst der Moghul-ateliers een opzichzelfstaande eenheid, zonder onmiddellijk aanwijsbare voorgangers en zonder enige vermeldenswaardige navolging.

Het voornaamste kenmerk van deze miniaturen is hun volkomen gebrek aan ruimte werking, een typerend erfdeel van de islamitische kunstopvatting. Deze indruk wordt nog versterkt door de hang om alles te ornamenteren. De gebouwen staan in geen enkel verband tot de ruimte en lijken te zweven in het vlak, zonder de illusie van zwaarte en soliditeit te wekken.

Daartegenover staat de felle bewogenheid, het woekeren met details en het gebruik van krasse uitdrukkingsvormen -een duidelijk Indische invloed. De illustraties van de Hamza-roman leren ons niets over de periode die ze volgens het verhaal willen weergeven, maar des te meer over het leven en de beschaving van het Moghulrijk in het derde kwart van de zestiende eeuw. Nergens is getracht werkelijke geschiedenis weer te geven en zo ontrolt zich voor ons een beeld van het leven en streven aan het hof en in het rijk van Akbar de Grote, een tegelijk wijs en barbaars, wreed Oosters vorst.

1.    Mihrdukht, dochter van de Perzische vorst Malik Taihur, op een eiland beland, ontmoet daar een grijsaard en vier jonge mannen in een boot. Als de jonge mannen te kennen geven, haar te begeren, schiet zij vier pijlen af en belooft dat zij hem zal behoren, die het eerst een pijl terugbrengt. Als de jongelingen eropuit gaan, roeien Mihrdukht en de grijsaard weg.

2. Het meisje Malak-Mah heeft, als man vermomd, Afsar-Zengi (Zengi = Neger), die haar geliefde moest bewaken, gedood. Soldaten van Hamza dragen haar weg.

3. De gevangen vizier Khawga Bikbud wordt, op raad van de spion Mahus, met zijn vrouwen in koffers verborgen, nadat ze via een onderaardse gang uit hun kerkers zijn bevrijd.

4. Hamza wordt met behulp van de verrader Mazhub ontvoerd en, in een bundel verpakt, ingescheept. Shar-Asub, de ontvoerder, neemt afscheid van Mazhub, wiens knecht het vertrek met zorg gadeslaat.


5. Een kleinzoon van Hamza zwemt achter een kist aan, waarin één van Hamza's zonen, Badi-uz-Zaman, verborgen is. Samen dringen ze zo een vijandig gebied binnen om een aanval voor te bereiden.

6. Hamza heeft een bergpas veroverd. De vijandige aanvoerder valt hem te voet.

 

7. Bevrijding van de vorstin Khur-Mah. Vermomd als arts is de held Mahiyya in de vesting doorgedrongen, heeft de bevelhebber Gazanfar en diens mannen bedwelmd en gooit hen over de muur in het water.
 
 

#


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004